De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 169
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
der goddelijke wet heet eeuwig en ongebroken. Terwijl dus de
gehele schepping met de wetsorde tijdelijk werd genoemd, waren er
bij Dooyeweerd in de zin, de wortel, het hart en de goddelijke wet
toch elementen van een andere orde, die hij boventijdelijk noemde.
Op 17 mei 1932 kwamen VoUenhoven en Dooyeweerd met
elkaar in debat. Op die dag vergaderde de Reünisten-organisatie
van het VU-corps, waarvan VoUenhoven voorzitter was, te
Leeuwarden. Dooyeweerd sprak over De zin der geschiedenis en de
'leiding Gods' in de historische ontwikkeling. Hij zei dat wie de
historie niet in de zin van een wetskring opvat, in een vorm van
historisme vervalt. En ook: 'De kosmische wetsorde is in wezen de
kosmische tijd, door welke de boventijdelijke religieuze zin-volheid
der schepping zich breekt in de zin-zij den of zin-functies der
wetskringen, gelijk het zonlicht door het prisma breekt in de zeven
kleurengamma's van den regenboog.'
VoUenhoven kon dit standpunt niet delen. Hij oordeelde dat de
geschiedenis niet een functie kan zijn. De kern van de historische
wetskring was daarom bij VoUenhoven ook meer de technische en
culturele vormgeving. De geschiedenis werd door hem breder
opgevat dan een wetskring.
De geschiedenis was intussen het onderwerp van de eerste
promotie onder leiding van VoUenhoven. Karel Kuypers
promoveerde op 27 februari 1931 op een proefschrift over de
Theorie der Geschiedenis, voornamelijk met betrekking tot de Cultuur.
Hij behandelde op een brede, humane wijze de culturele
modaliteiten volgens de 'programmatische systeem-opzet' van zijn
promotor. HHj vatte de wetsorde als een werkhypothese en
wetenschapstheorie op en schreef daarover:
Deze is die, welke mijn promotor, Prof. Dr. D.H.Th. VoUenhoven met
medewerking van Prof. Dr. H. Dooyeweerd, tot basis en uitgangspunt
voor zijn wijsgeerig denken heeft ontworpen en kortweg aldus
geformuleerd kan worden, dat de ken-theorie niet behoort uit te gaan
van de scheiding tusschen kennend subject en object en van de
theorieën, welke sinds de Oudheid rondom deze scheiding opgesteld
zijn, maar van een kosmisch geheel van modaliteiten (wetskringen). Aan
de wetten van elk dezer, den zakelijken opbouw en onderlingen orde
en verhouding is het kennen gebonden. In dezen systeemopzet
praedomineert dus de stelling van het onderworpen zijn aan wetten met
uitbanning van elke gedachte omtrent een zelf stellen of zelf scheppen
163
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's