Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 47
maar toch ook met onbestemde gevoelens om deze verandering, liet Jo
doorschemeren dat ze zich misleid gevoelde. Zij kon zich niet zo snel op-
nieuw aanpassen.
De gemeente was conservatief orthodox en daarvan werd hij de her-
der en leraar. Hij had nu een vast en betrouwbaar geloof nodig, om niet
weer een misleider te worden. Ik meen een dergelijk gevoelen te bespeu-
ren, subtiel aanwezig in de laatste brieven, die Bram en Jo voor hun hu-
welijk wisselden.
Voor Kuyper naar Beesd trok, had hij een circulaire doen drukken
met het dringende verzoek hem te helpen bij het zoeken naar werken van
Laski. Zijn methode was origineel en typerend. Hij zou, schreef hij aan
de europese bibliothecarissen en archivarissen, de geleerde wereld doen
weten dat tenminste in hun bibliotheek of archief geen nieuw onderzoek
naar werken van Laski nodig was als zij dat onderzoek voor hem wilden
verrichten.
'Seconde par votre énergique concours, je serai a meme dans ma pre-
face d'assurer expressément Ie monde lettre qu' au moins dans vos Ar-
chives et dans vötre Bibliothèque toute investigation serait désormais su-
perfine.'
Het dringende verzoek had, zoals men ziet, zelfs een bijna dwingend
karakter.
Door deze circulaire wilde Kuyper zijn relatie met de wetenschap ook
te Beesd in stand houden. Maar toch gevoelde Kuyper zich in dat dorp
eenzaam en vervreemd van zijn leidse vrienden. De afstand tussen
dorpspredikant en geleerd kerkhistoricus was groot. Hij had echter van
Guy uit The Heir of Redclyffe geleerd, dat nederigheid een christelijke
deugd is. In Beesd betekende dat voor hem belangstelling voor de een-
voudigste kerkleden en daarna ook een zich voor hen inzetten. Hij ging
allen plichtsgetrouw bezoeken, van de Graaf tot de armste dagloner.
Ook de dochter van molenaar Baltus, die niet meer in de kerk kwam,
bezocht hij.
Deze, Pieternella Baltus, deed het huishouden voor haar vader en
broers. Ze was 33 jaar toen de jonge doctor in de theologie op bezoek
kwam. Ze noemde hem bij die gelegenheid een onbekeerde kerkver-
woester. Zij behoorde tot de piëtistische christenen, die zich van de dor-
re bediening van het Woord op de hervormde kansel afkeerden.
Bij deze bevindelijke christenen was iets te vinden, iets van God diep
in hun innerlijk leven. Om het met een gezang te zeggen:
Hoe glanst bij Gods kindren het innerlijk leven;
zij houden dat teder naar binnen gekeerd.
Zij hebben een blinkende wereld van binnen.
43
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's