Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 233

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

moest aannemen of in dwaling vervallen. Hepp was niet tot de

grondconceptie van VoUenhovens werk doorgedrongen, want zijn

wijsbegeerte weigerde dergelijke dilemma's te aanvaarden.

'Probleemstellingen als "persoonlijk of onpersoonlijk", "mystiek of

gnosis", "irrationeel of rationeel", "subjectivistisch of objectivistisch"

leerde ze als onjuist doorzien', schreef hij aan Curatoren.

In de pers werd ook op de twee nieuwe brochures van Hepp

ingegaan. Opmerkelijk was de reactie van J. Ridderbos in het

G.T.T. In de uitvoerige brochure over de beide naturen van

Christus had Hepp, ondanks vele kleine citaten, eigenlijk slechts op

één enkele uitspraak van Vollenhoven echte kritiek kunnen

uitoefenen. Daarom merkte Ridderbos ironisch op: 'Wanneer Prof.

Hepp er in het pubhek niet geheel over zwijgen kon, dan had hij

zijn bezwaar ertegen óók kunnen luchten in een noot op één der

bladzijden van de vorige brochure; dan waren de proportion beter

bewaard.'

En een algemene menselijke natuur van Christus, met uitsluiting

van het particuhere, vond Ridderbos een abstractie. Hepp wilde

niet weten van een mensehjke natuur 'die een particulier karakter

droeg'. Hepp oordeelde dat Christus niet een Jood was, maar 'een

aan alle menschen gemeenschappelijke natuur' bezat. Ridderbos kon

zich geen 'algemeen-menschelijke' haarkleur voorstellen en evenmin

een Christus, die geen Jood was en geen lid van het blanke ras.

De brieven van Dooyeweerd en Vollenhoven, van vijf en negen

dichtbetypte foliovellen, zonden de VU-curatoren aan Hepp toe

met het verzoek daarop zijn commentaar te geven. Hij schreef op

11 juni een reactie van 21 fohovellen. Vervolgens moesten

Vollenhoven en Dooyeweerd daarop van Curatoren hun

commentaar geven. Dooyeweerd stuurde op 12 oktober een stuk

van 35 foliovellen in en Vollenhoven op 15 oktober een gestencilde

nota van 17 bladzijden.

Juist toen maakte Hepp zijn vierde brochure publiek. Deze was

getiteld: De algemeene genade, en daarin werden ds. S.G. de Graaf

en Schilder beschuldigd. De beschouwingen van Dooyeweerd en

Vollenhoven over de algemene genade, liet hij nu buiten beschou-

wing.

Men moet zich voorstellen hoe de tweede en derde brochure

van Hepp in de eerste twee vergaderingen van de door de synode

ingestelde onderzoekscommissie aan de orde kwamen. De vierde

227

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's