Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 113
periode kreeg hij 'Van eenige Christenen uit Batavia' op 18e augustus
1879 het dikke boekwerk van Kuyper Ons Program, in leer gebonden
en met Djokja zilverbeslag, ten geschenke.
In hun eerste vergadering, 29 augustus te Utrecht gehouden, stelden
de curatoren voor drie hoogleraren in de godgeleerdheid te benoemen:
Kuyper voor de historische, Rutgers voor de exegetische en Hoedemaker
voor de filosofisch-dogmatische vakken.
Dit zinde Kuyper niet omdat hij zelf de dogmatiek wilde doceren. De
directeuren benoemden daarom voorlopig alleen Kuyper en Rutgers als
hoogleraar-adviseurs, zonder nadere bepaling van hun vakgebied.
Op 22 september vergaderden de directeuren samen met de curatoren
en de pas benoemde hoogleraar-adviseurs. De meerderheid van deze ge-
mengde vergadering koos voor de universiteitsstad Leiden als plaats van
vestiging. Beide hoogleraren-adviseurs hadden echter een voorkeur voor
Amsterdam, waar zij kerkelijk veel invloed bezaten. Zij bereikten, door
gesprekken na afloop van de vergadering, dat als voorlopige vestigings-
plaats toch Amsterdam werd aangehouden.
En na een uitvoerige nota van hun hand, werd in 1882 Amsterdam
ook de definitieve vestigingsplaats.
Over deze gang van zaken waren de curatoren ontstemd. In hun ver-
gadering van 17 oktober besloten zij de directeuren te melden dat door
het gecombineerd vergaderen geen grondig onderzoek naar de plaats
van vestiging mogelijk was geweest. Ze merkten op dat hun benoe-
mingsvoorste! niet was gevolgd en dat ze nu de voordracht van Hoede-
maker als derde hoogleraar introkken.
In de daarop volgende vergadering van de curatoren kwamen de door
Rutgers ontworpen reglementen voor de universiteit en de instructies
voor directeuren, curatoren, hoogleraren e.a. aan de orde. Ze werden
na bespreking door Lohman hier en daar gewijzigd en daarna aangeno-
men. Kuyper werd vervolgens op 12 maart 1880 met een latijnse last-
brief naar Duitsland afgevaardigd om met behulp daarvan één of twee
hoogleraren te zoeken.
De leerstoel dogmatiek werd door curatoren aanvankelijk niet aan
Kuyper gegund. De voorzitter, ds. J.W. Felix van Utrecht, had kritiek.
Kuypers artikelenserie over de particuliere genade ging volgens hem te
veel uit van een individualistisch standpunt, dat gegrond was op per-
soonlijke verkiezing of verwerping. De verbondsrelatie, waarin de gelo-
vigen samen met hun kinderen tot God staan, kwam niet tot zijn recht.
Onmiddellijk daarop schreef Kuyper in zijn nog lopende serie:
'Reeds meermalen lieten we het plan doorschemeren, om als aan-
vulling van de particuliere genade later opzettelijk de Ver-
109
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's