De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 33
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens. De
schepping liep uit op de mens, en daarin, zo formuleerde Bavinck,
'sluiten geestelijke en stoffelijke wereld zich saam'. Zijn reeds
genoemde Beginselen der Psychologie sloot in 1897 bij de eerste druk
van dit deel aan.
De ziel van de mens had, volgens Bavinck, een geestelijke,
eenvoudige, ondeelbare en onsterfelijke natuur. Bavinck neigde tot
het creatianisme, dat leerde dat God tussen elke conceptie en
geboorte telkens een nieuwe mensenziel schept. Van deze onsterfe-
lijke ziel was het actief maimeUjke en geesteUjke element verwant
aan de engelen en het passief vrouweüjke gevoelselement verwant
aan de dieren! De geesteUjke, eenvoudige, ondeelbare en
onsterfeUjke natuur van de ziel vormde voor Bavinck geen beletsel
om over deze twee 'elementen' te spreken en over een
microcosmos, en om te onderscheiden tussen een anima vegetativa,
een anima sensitiva en een anima rationale met verstand en wil.
Zijn standpunt werd dus nog in sterke mate door de problematiek
van Aristoteles bepaald. In dat standpunt lagen vele nog onopge-
loste problemen besloten, die na de dood van Bavinck tot aUerlei
meningsverschillen aanleiding zouden geven.
Na zijn overkomst naar de VU verzorgde Bavinck eerst een
verbeterde herdruk van zijn Gereformeerde Dogmatiek, en vervolgens
werkte hij verschillende onderdelen uit, die als bijbelse psychologie,
pedagogische beginselen, wijsbegeerte der openbaring en christelijke
staatkunde zelfstandige vorm kregen.
Aan de Theologische School te Kampen konden de studenten
slechts hun kandidaats-examen doen. Daar had Bavinck dus geen
promovendi. Aan de VU werd dat anders. Van de 45 dissertaties,
die tussen 1902 en 1921 aan de VU in de Faculteit der
Godgeleerdheid werden verdedigd, nam Bavinck er twintig voor zijn
rekening. Van de twintig promovendi kwamen er vijf uit Zuid-
Afrika en drie uit de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Van
zijn promovendi werden S. Greydanus (later Greijdanus) en J.
Ridderbos hoogleraar te Kampen en V. Hepp volgde hem op aan
de VU.
Verscheidene leerlingen schreven in het woord vooraf van hun
proefschrift dat het onderwerp door Bavinck aan hen was voorge-
legd. Daarbij ging maar één dissertatie over Calvijn.
Het Amerikaanse denken kwam in zes dissertaties aan de orde.
Het maakte echter nogal wat verschil of men, zoals J. Ridderbos in
29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's