De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 265
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
'Hoe is de keuze van het uitgangspunt mogelijk? of: Van welke
aard is de keuze van het uitgangspunt?'
Het verslag van die Delftse colleges, gedrukt voor de
deelnemers en niet in de handel, is helder en beknopt. Het
antwoord op deze derde transcendentale vraag leidde daarbij tot
Dooyeweerds inzicht in de grondmotieven van het Westerse denken.
Het antwoord op de derde grondvraag luidt onder meer:
Hoe is deze zelflcennis mogelijk? Alleen zoo, dat we de geheele
verscheidenheid van aspecten betrekken op een laatste absolute (of
vermeende) oorsprong; dan komen we ook tot zelfkennis. Als de
oorsprong is: God, komen we tot de ontdekking dat onze zelfkennis
geheel afhankelijk is van onze Godskennis.
Het boek Genesis zegt: de mensch is naar het beeld Gods geschapen;
dus kennis omtrent God, die de Bijbel ons leert, voert tot zelfkennis.
Genesis leert, dat God absolute Oorsprong van alle dingen is, terwijl
niets in de geheele wereld ons bezit is; in de gangbare wijsbegeerten is
God nooit absolute en integrale Oorsprong. De Bijbel leert ons ook, dat
de geheele verscheidenheid der raenschelijke aspecten is geconcentreerd
in het hart van den mensch, ons religieus centrum (ook wel ziel of geest
genoemd). Het antwoord op den tweeden grondvraag luidt dus: het
uitgangspunt dat wij behoeven raakt het hart van den mensch; en het
antwoord op den derden grondvraag: de keuze van dit uitgangspunt is
van religieuzen aard. Een religieuze keuze, waardoor ons hart gericht
wordt op een absolute of vermeende oorsprong, is noodzakelijk (bewust
of onbewust). Het uitgangspunt der wetenschap ligt niet in de
wetenschap zelve, maar in het religieuze centrum van het bestaan.
Als we spreken over het absolute, zijn we op religieus terrein; iedere
verabsoluteering is terug te voeren op een religieuze positiekeuze,
nader gepreciseerd op een religieus grondmotief, dat onze denk- en
levenshouding richt. Een verabsoluteering, door de wetenschap niet te
verklaren, is een camouflage van een religieuze daad. Aan iedere
mogelijke wijsbegeerte ligt een religieus grondmotief, d.i. niet iets
individueels maar eigendom van een geheele denkgemeenschap, ten
grondslag, die als een centrale drijfkracht heel onze levens- en
denkrichting bepaalt.
Onze plicht is dus, terwille van het herstel van de denkgemeenschap
van het Avondland, de religieuze grondmotieven der philosophen op te
•sporen en bloot te leggen; en zoo weer te komen tot een wezenlijk
denkcontact. Hierbij moeten we vooral zorg dragen de wetenschap en
het grondmotief niet door elkaar te halen! We moeten het religieuze
grondmotief betrekken op de drie gestelde grondvragen; hierdoor krijgt
het zijn beheerschende invloed. Iedere wijsbegeerte moet het antwoord
geven op de volgende vragen:
259
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's