Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 332

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 332

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Door echter het formele standpunt van de volle overeenkomst met

de leeruitspraken te eisen, wilde de synode aan de bezwaren niet

tegemoetkomen. Het voorstel van Schilder vormde het slot van een

zeer gematigd gestelde brief, waarin hij op verantwoorde wijze

aangaf, waarom het Prae-advies op vele plaatsen theologisch

oppervlakkig werk had geleverd. Ook dat was voor de oudtestamen-

ticus met grote dogmatische belangstelling, J. Ridderbos, een zure

opmerking. Schilder gaf nuchter aan waarom hij en de anderen niet

met het Prae-advies konden instemmen. Schilder kwam in zijn

gematigde brief bovendien tot een scherpe conclusie: 'Blijft de

onderteekeningseisch gehandhaafd, dan is de teerling geworpen.'

Die zin was voor de synode olie op het vuur, dat reeds brandde en

waarin de Verklaring van Gevoelen geheel werd verteerd.

De eis van de synode betrof de kandidaten, als ze een beroep

als predikant kregen. Zonder ondertekening van de leeruitspraken

zouden ze werkloos blijven. Schilder had betoogd, dat dan ook alle

predikanten moesten ondertekenen, omdat men geen twee typen

predikanten kon aanvaarden. Maar J. Ridderbos had daarover

opgemerkt, althans volgens een brief van de leraar drs. D.J.

Buwalda te Kampen, die deze op 9 december 1943 aan VoUen-

hoven zond: 'Als in een huis een lastige gast tracht binnen te

dringen, dan zet men dien er uit, maar dan kan men niet meteen

ook reeds lastige huisgenooten op straat zetten.'

J. Ridderbos was wel bereid de beide verbondsbeschouwingen

met elkaar te verbinden in een enerzijds-anderzijds relatie. Maar

daarbij werd de normatieve opvatting van het verbond ingekapseld

in de opvatting van hemzelf, dat de wedergeboorte het eigenlijke

van het verbond was. De normatieve opvatting werd daarbij als

karakteristiek van het uitwendige verbond en de wedergeboorte als

karakteristiek van het eigenUjke, het inwendige verbond aangegeven.

Die verbinding in een enerzijds-anderzijds relatie luidde als volgt:

De synode erkent ten volle, dat in de leer des verbonds tweeërlei tot

zijn recht moet komen: eenerzijds Gods vrijmachtige verkiezing, de

krachtdadige werking Zijner genade en de onwankelbare vastheid van

het eeuwige verbond der genade en verzoening; anderzijds de roeping

tot geloof en bekeering, die in den kring des verbonds uitgaat met een

geheel eigen klem en niet slechts sommigen, maar allen kinderen der

geloovigen als kinderen des verbonds voorhoudt zoowel den rijkdom

van het hun geschonken voorrecht als ook de zwaarte hunner

326

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 332

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's