Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 114

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 114

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

dus de herleiding van de levensverschijnselen tot psychologie,

onmogelijk is.'

Driesch kwam nameUjk volgens Vollenhoven in strijd 'met de

substantialistische opvatting der ziel, een der caracteristica der

christeUjke psychologie.' Uitgaande van het materialisme werd het

biologische causaal-mechanisch verklaard. Uitgaande van de

'christelijke psychologie' werd het biologische psychologisch of

zielkundig verklaard. Wie van materie en geest, van lichaam en ziel

uitging, kwam in de biologie uit op de vraag naar de ziel in plant

en dier. Dat was het onderzoeksterrein van prof. Buytendijk, die

het probleem fenomenologisch aanpakte. Vollenhoven stelde het

probleem zo: 'al heeft Driesch 't niet bewezen, 't zou mogelijk zijn,

dat de psychologie niet voldoende gegevens bezat voor de

verklaring van 't niet-mechanische in de biologie.'

De biologie kwam met de mechanische, fysische verklaring niet

uit, maar ook de psychologie van de mens kon de geheelheids-

causahteit van de biologie niet tot zijn recht laten komen. Hier

bleven vragen voor Vollenhoven: 'De wijze waarop 't psychische en

't physische op elkander passen ontgaat aan de ervaring', de

wisselwerkingstheorie kon alleen zeggen dat die aanpassing bestond.

Met het woord levensverschijnsel bij plant, dier en mens werd het

probleem wel zuiver aangeduid, maar niet opgelost.

De vraag was dus toen nog: 'Hoe verhouden zich ziel en

lichaam in de biologie?' Vollenhoven besloot zijn studie met de

eerlijke verklaring: 'Een oplossing van deze vraag te geven was m'n

bedoeling niet; ze gaat m'n krachten te boven.'

De Kantiaanse aanschouwingsvormen van ruimte en tijd en het

duaHsme van ziel en hchaam vormden in 1920 de twee belangrijkste

knelpunten. De verhouding van getal, ruimte en tijd bleef een

onderwerp van diep nadenken. En de biologie gaf aan de denker,

die vasthield aan de dichotomie van ziel en hchaam, een harde

noot om te kraken. Vollenhoven beschouwde toen nog de substanti-

ahteit van de ziel als een karakteristiek uitgangspunt van een

christelijke psychologie.

Op het einde van dat jaar kreeg Vollenhoven een beroep naar

Den Haag, waar hij in mei 1921 predikant werd. Hij het Janse met

de studie van Driesch in Biggekerke achter. Zelf kwam hij nu in

nauwer contact met zijn zwager Dooyeweerd, die al twee jaar in

Den Haag werkte. Sinds zijn promotie in 1917 had deze 'al zijn

vrije tijd geheel aan methodologische en rechtswijsgeerige studiƫn

110

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's