De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 277
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Ik stel het zeer op prijs, dat U een oplossing der gerezen moeilijkheden wilt
bevorderen. Toch is het mij praktisch onmogelijk om geheel Uw wenk op
te volgen. Het is voor mij reeds een zeer bezwarend feit, dat men mij in
mijn werk, zooals ik het opvat, aan banden legt. Natuurlijk wil dat niet
zeggen, dat ik niet met opvattingen van Uw kant zooveel mogelijk rekening
wil houden. Maar mij voorschrijven wat wel en wat niet oirbaar is, werkt
verlammend op mijn werkkracht.
Op die wijze bleef het vraagstuk aan de orde. Op 13 juni 1939
bleek het door Directeuren voorgestelde buitengewoon hoogleraar-
schap voor Gerbrandy onaanvaardbaar. Hij wilde nog tot eind 1941
voorzitter van de Radioraad blijven. Maar Directeuren hielden vol
dat hij moest kiezen. Op 13 juli 1939 vroeg hij uitstel van zijn
beshssing tot 1 augustus. Op 27 juli 1939 viel het vijfde kabinet-
Colijn en op 10 augustus vormde jhr. mr. D.J. de Geer een kabinet,
waarin Gerbrandy als Minister van Justitie optrad. Hij vroeg aan
Directeuren om non-activiteitsverlof, maar moest van hen eervol
ontslag aanvragen. Per 20 september 1939 volgde dat ontslag, maar
Gerbrandy bleef zich professor noemen. Daardoor werd hij met die
aan de VU ontleende titel minister-president van het oorlogskabinet
in Londen.
In de plaats van Gerbrandy werd zijn leerhng mr. J. Oranje,
directie-secretaris van de N.V. Philips te Eindhoven, benoemd. In
1938 was hij bij Gerbrandy gepromoveerd. Zijn benoeming in
september 1939 en zijn inaugurele oratie op 9 februari 1940 vonden
na de Duitse inval in Polen en het begin van de Tweede
Wereldoorlog plaats. Hij zou rector-magnificus van de VU worden,
toen de VU zelf officieel reeds was gesloten.
Op 10 mei 1940 vielen de Duitse legers Nederland binnen,
vooraf-gegaan door luchtlandingen rond Den Haag om de regering
te verlammen en Koningin Wilhelmina te arresteren. De regering
wist niet hoe te handelen, de miUtairen verdedigden Nederland, en
de Minister van Defensie Dijxhoorn regelde bovendien het vertrek
naar Engeland, eerst van de koningin en daarna van de regering.
De ministers lieten hun gezin achter, zodat mede daarom het
besluit niet als een vlucht gezien mag worden. Het ging om het
behoud van het wettige gezag.
Colijn oordeelde anders. Bij de capitulatie kwam 'de smadelijke
vlucht van de Regeering. Terwijl onze mannen bij honderden en
duizenden werden neergeworpen, zochten de Ministers de veilig-
271
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's