De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 356
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
universiteit, waarin Hoedemaker zich niet thuis voelde. In 1896
bleken de gereformeerde beginselen te eng om Lohman binnen de
kring van de VU te kunnen houden. In 1926 bleek binnen de
Theologische Faculteit geen ruimte voor de vragen van Geelkerken,
in 1936 voor de nieuwe inzichten van Vollenhoven en Dooyeweerd
en in 1944 voor de kritische oppositie van Schilder. Daarna kwam
aan dit proces van buitensluiten en afsphtsing een einde. Langzaam
kwam er verandering. Eerst door de houding van Vollenhoven en
Dooyeweerd, die de sjTiode en de faculteit 'maar heten praten'.
Daarna ook door de theologen, die vaak blijk gaven ook zelf over
die oorlogsgeschiedenis Uever niet te willen spreken. De naoorlogse
tijd bood volop de gelegenheid om de aandacht op andere
onderwerpen te richten. De organisatorische ontwikkeling van de
civitas vond daardoor plaats zonder diepgaande oriƫntering op de
cardinale punten van de gemeenschappehjke overtuiging. De
eenheid werd wel centraal gesteld, maar wat de band der gerefor-
meerde beginselen precies betekende, werd buiten de discussie
gehouden.
Het gevolg was dat er na een aantal jaren grote veranderingen
optraden, maar dan als Een stille Omwenteling. De oude generatie
bleef bij haar standpunt, maar zij werd afgelost door een nieuwe
generatie, die onder leiding van Berkouwer de koers wijzigde.
Daarbij kreeg de in 1926 onderdrukte richting in de gereformeerde
wereld gelegenheid weer van zich te doen horen. De Critiek der
Jongeren, zoals in 1918 vertolkt door ds. J.C. Aalders, werd nu door
Thijs Booy onder woorden gebracht. Hij zocht daarbij eerst nog
leiding bij J.H. Bavinck, G.C. Berkouwer en G. Brillenburg Wurth,
maar die durfden hem niet lang te steunen. Heel duideUjk vertegen-
woordigde Booy met zijn emotionele optreden de subjectivistische
richting, tegenovergesteld aan de objectivistische richtmg, waarvan
Schilder en Greijdanus de belangrijkste vertegenwoordigers waren
geweest.
Bij behoud van de oude geest, een zwijgen over de
oorlogsperiode door de grijze generatie met haar stugge conser-
vatisme, waren er ook pogingen om tot nieuw inzicht te komen.
Na de oorlog verscheen De Reformatie wel opnieuw en werden
Philosophia Reformata en het G.T.T. voortgezet, maar De Heraut,
Credo en het Calvinistisch Weekblad kwamen niet weer uit. Twee
nieuwe weekbladen werden al eerder genoemd: Nieuw Nederland
350
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's