Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 217

2 minuten leestijd

In hun gedrukte verklaring wezen Kuyper en Rutgers erop dat diep-

gaand verschil in beginsel was gebleken, dat de weg via een interne VU-

commissie, curatoren en directeuren een zeer lange weg was, en dat er

haast was. Immers:

'reeds nu waren lidmaatschappen opgezegd en de contribution

aanmerkelijk verminderd. De Universiteit werd alzoo rechtstreeks

in haar bestaan bedreigd.'

Zij hadden dus geen aanval gedaan of een daad van vijandschap ge-

pleegd, want ze waren door zorg om de VU tot hun advies gekomen.

Lohman reageerde met een eigen verklaring. Hij toonde aan dat sinds

de Doleantie elk jaar de inkomsten achteruit waren gegaan. Hij merkte

op dat hij zelf aan het tot standkomen van artikel 2 der statuten had

meegewerkt. Dat hij met geen enkel woord was gewaarschuwd. Dat niet

de hoogleraren maar curatoren over zijn onderwijs hadden te oordelen.

Dat Kuyper en Rutgers het onderwerp van geschil niet juist weergaven.

Dat hij bezwaar had tegen de binding aan de nog in bespreking te bren-

gen methodologie.

Hovy, de man die het meeste geld in de VU had gestoken, was door

de verklaring tot diep in zijn ziel getroffen. Zijn handschrift zou een

jaar lang zijn emoties verraden.

Hovy wist niet, wat ons inmiddels uit de brieven is gebleken, dat ook

Bavinck met Kuyper onder één hoedje speelde en dat deze zich al van

te voren een oordeel had gevormd.

Hovy schreef op 11 november 1895 aan Kuyper:

'Waarde Broeder in den Heere,

Als ik nog twijfel koesterde, of ik wel mijn Directeurschap der

Ver. V. ƒƒ. O. mocht neerleggen, is die twijfel, na lezing der Ver-

klaring van U en Rutgers, thans geheel opgeheven.

Ik kan U niet zeggen, hoe vlijmende smart mij die lezing heeft

gekost. Zij heeft mij een nacht van worsteling gekost om den vre-

de weer terug te vinden in mijn gemoed.

Zoo hebt gijl. dan van die m.i. diep treurige demonstratie op

Seinpost niet alléén geweten; maar er toe geadviseerd.

Geadviseerd, niet, een uitspraak van de Vergadering uit te lok-

ken in een geschil dat tusschen Hoogleeraren was ontstaan; maar,

een aanklacht tegen één Hoogleeraar, een collega, in te dienen

omdat deze met U verschilde in hetgeen gelijk stond een Hooglee-

raar weg te jagen.

En dat omdat de financiën verliepen! Dus de financiëele zorg

211

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's