Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 29

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 29

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Uit dit boek bleek tevens Anema's wijsgerige belangstelling. Met

enige ironie sprak hij over de immense, alzijdige geleerdheid van

Fabius. Kuypers Encyclopaedie had zijn volle sympathie, want

daardoor had hij weerstand kunnen bieden aan 'het warme, lich-

tende Neo-Kantianisme' en aan het 'Nirwana van het pessimisme'

en had hij ook 'volmaakten vrede gevonden in het Neo-Calvinisme'.

Bij de tovercirkel van het pessimisme dacht Anema behalve aan de

toen moderne wijsbegeerte van Schopenhauer en Nietzsche, ook

aan de letterkunde en de muziek van die tijd, waaronder de opera's

van Wagner. Anema speelde zelf veel piano en de muziek had een

ontspannende werking als hij emotioneel geladen was.

Anema kwalificeerde de kennisleer van Kuyper als

transcendentaal realisme, dat uitgaat van een boven de ervaring

bestaande werkelijkheid. Het naïef realisme was door Kants kritiek

aangevallen, maar door Gods gedachten als achtergrond van de

werkehjkheid te aanvaarden had Kuyper 'de realiteit der Calvinisti-

sche metaphysica gered'.

Geheel in de lijn van Kuyper stelde Anema dat aan de VU 'een

eigen stel beginselen voor elke speciale wetenschap, dus ook voor

de Rechtswetenschap' vereist werd. Maar, schreef hij, voor de

'uitwerking tot een wetenschappelijk geheel wachte men, tot de tijd

is aangebroken, waarop de speciale wetenschappen genoegzaam

materiaal zullen hebben opgeleverd om aan den opbouw der alge-

meene Christelijke wijsbegeerte de hand te leggen'. Voorlopig

moest men bij de theologie te rade gaan en bij de Publicatie van

den Senaat der Vrije Universiteit in zake het onderzoek ter bepaling

van den weg, die tot de kennis der Gereformeerde beginselen leidt.

Maar ondanks het persoonlijke contact, dat hij met Kuyper

onderhield, werd Anema vooreerst nog geen hoogleraar.

In 1900 kwam hij opnieuw uit met een boek, en opnieuw bleek

dat hij een benoeming in de vacature-Lohman begeerde. Het boek

handelde over De Grondslagen der Sociologe.

Volgens Anema was op de herleving van het Calvinisme de

'denkkritiek' van dr. Kuyper, prof. Woltjer en dr. Bavinck op de

paganistische wetenschap gevolgd. Hij had daaruit slechts de conclu-

sies voor de wijsbegeerte des rechts getrokken, waar Lohman

verstek had laten gaan. Hij wilde nu 'een zelfstandig onderzoek

naasf het werk van Kuyper leveren en de vraag beantwoorden 'of

en zoo ja, welke functie de sociologie in de Rechtswetenschap

heeft'.

25

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's