De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 168
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
hij zijn Archimedisch punt, een woord dat hij in verband van deze
problematiek van Heidegger voor het eerst gebruikte.
Archimedes, de ingenieur uit de Oudheid, vroeg om een vast
punt want dan kon hij zelfs de aarde bewegen. In het begrip
'Archimedisch punt' gaat het om een uitgangspunt, dat buiten de
twee zaken ligt die in de wetenschappelijke kennis met elkaar
verbonden moeten worden. Die twee zaken zijn enerzijds het
denken en anderzijds het veld van onderzoek. Het Archimedisch
punt is ook wel een vast en betrouwbaar punt, maar in de eerste
plaats een punt, dat buiten het logische en het object gezocht moet
worden.
Dooyeweerd vond dat punt in de antropologie van Abraham
Kuyper als de diepste religieuze kern van de mens. Daaraan zat bij
Kuyper een bedenkehjke kant. Bij Kuyper bevatte de idee van hart
verschillende elementen uit de godsdienstgeschiedenis, zoals een
gnostiek en een mystiek element. In de karakterisering van het hart
als boventijdelijk concentratiepunt zat een restant van de substantie-
idee en van het geloof in een onsterfelijke ziel. In de later volgende
strijd om de ziel zou dat wel bhjken. In de bijlage bij hoofdstuk 2
ben ik er dieper opin gegaan.
Janse wees in zijn brieven aan Vollenhoven vrijwel meteen iets
bedenkelijks aan. Hij vond het jammer 'dat Dr. Dooyeweerd
zooveel hypothetische wijsheid bij dat religieuze haalt. Dan krijgen
we mystificaties op dit gebied van dat soort als "wezen", subject-
object schema, "Ding an sich", enz. in de philosophie.'
Heidegger begon zijn boek Sein und Zeit met de vraag 'nach
dem Sinn von Sein.' Vanaf 1929 ging Dooyeweerd veelvuldig het
woord 'zin' met een zeer centrale betekenis gebruiken. In
ingewikkelde volzinnen komen we vele malen, tot tien- of zelfs
twintigmaal op een enkele bladzijde, het woord 'zin' tegen. Als
voorbeeld citeer ik één volzin met driemaal het woord 'zin':
De kosmische realiteit in al haar zinfuncties bezit een onvergankelijken
transcendent-religieuzen wortel in het raenschengeslacht, waarin de
religieuze zin-volheid onzer schepping naar den eeuwigen ongebroken
zin der goddelijke wet hare belichaming vindt.
In deze volzin ontdekken we ook het woord 'wortel', dat afkomstig
is uit het organisch-romantische arsenaal van Kuyper. Die wortel
wordt onvergankelijk en transcendent-rehgieus genoemd en de zin
162
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's