Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 182

3 minuten leestijd

bijna wekelijks een artikel voor deze serie schrijven, van 1895 tot 1901.

Als een goede leermeester van kleine luyden bracht hij hen elke week iets

bij. En daarna was de gehele serie in drie dikke delen gebonden, tegen

reductie voor de lezers van De Heraut, te koop.

Ter inleiding op de serie over 'de gemene gratie' schreef Kuyper: 'De

eerste roepstem, die De Heraut, bij zijn verschijnen in 1878, door het

land deed weerklinken, betuigde aan ons volk opnieuw de Calvinistische

belijdenis onzer vaderen: dat de genade particulier is.'

Dat centrale punt kreeg een achtergrond in zijn verbondsleer en nu

volgde daar 'de gemene gratie' op. Kuyper stelde het voor als een door

hem destijds reeds bedacht drieluik.

Hij deed alsof hij in 1878 dit laatste al in het vizier had:

'Al is dan ook sinds 1878 telkens en gedurig door ons op deze "ge-

meene gratie" gewezen.'

Maar het bleek, dat de idee van 'de gemene gratie' pas met een nieuwe

periode in het denken van Kuyper, in 1887 ontstond. En pas toen Ba-

vinck in 1894 een rectorale oratie te Kampen hield over 'De Algemeene

Genade' en tegelijkertijd de Gereformeerde Dogmatiek van Bavinck

verscheen, stelde Kuyper het schrijven van zijn dogmatiek uit en begon

hij de serie over 'De Gemeene Gratie'. Omdat er geen ruimte was voor

twee gereformeerde dogmatieken en hij Bavinck te vriend wilde houden,

begon hij zijn serie over 'De Gemeene Gratie'.

Een erg belangrijke serie, omdat hij daarmee leiding gaf aan de cultu-

rele emancipatie van zijn volgelingen. De serie ging eerst over de wereld

van de bijbel, daarna werden allerlei theoretische beschouwingen gehou-

den, met o.a. artikelen over inenting en verzekering. In het derde deel

werd over kerk en staat, gezin, opvoeding en maatschappij gehandeld.

De onderwerpen waren toegeschreven op het leven van de gewone men-

sen, met belangstelling voor hun plaats in de maatschappij. Toen Kuy-

per uitgeschreven was, en wachtte op de verkiezingen van 1901, werden

er nog twee hoofdstukken over wetenschap en kunst aan toegevoegd. De

inhoud daarvan had hij al in andere boeken gepubliceerd. Bij het druk-

ken van de serie in drie delen werden ze eerst vergeten, en daarna, na

de registers, afgedrukt.

Als hoogleraar in de letteren gaf Kuyper colleges over het Hebreeuws

en daarna ook over de nederlandse taal en over kunst. Van 1887 ging

het bij dit laatste college over Bilderdijk, en daarna over Da Costa. In

het jaar 1893 gaf hij colleges over de algemene esthetica, in 1894 over

de bouwkunst tot de Renaissance, in 1895 over de bouwstijl van de Re-

naissance, in 1896 over de schilderkunst, in 1897 over de linguïstiek, in

1899 werden colleges gegeven over graphistiek en de impressionistische

176

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's