De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 249
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
komen met de bewoordingen van de drie Formulieren van Eenigheid
van de Gereformeerde Kerken in Nederland, aan welke Formulieren de
hoogleeraren der Theologische Faculteit krachtens art. 1 van hunne
instructie voor hun onderwijs gebonden zijn, en op grond waarvan zij
hebben te beoordeelen of zij aan door hen geëxamineerde studenten
een getuigschrift kunnen uitreiken, strekkende tot het afleggen van
praeparatoir examen.
Uit den aard der zaak moet de faculteit voor de aanduiding van de
denkbeelden van Prof. VoUenhoven verwijzen naar wat door dezen
gepubliceerd is; zij houdt zich daartoe aan zijn hoofdwerk: Het
Calvinisme en de reformatie van de wijsbegeerte.
Het eerste punt betreft dan de z.g. dichotomie, de tweeledigheid van 's
menschen bestaan, te weten uit een stoffelijk, sterfelijk lichaam en eene
onstoffelijke, onsterfelijke ziel; welke beide op eene voor ons
onnaspeurlijke wijze tot eene eenheid zijn vereenigd, eene eenheid die
evenwel in den dood gewelddadig verbroken wordt, met het gevolg dat
het lichaam tot ontbinding overgaat, terwijl de ziel tijdelijk als eene
zelfstandige eenheid blijft voortbestaan, om in den jongsten dag met het
herrezen lichaam weder te worden vereenigd. Tegen deze dichotomie,
welke niet alleen in onze Nederlandsche, maar ook in de
buitenlandsche Gereformeerde belijdenisschriften geleerd wordt, en die
het gemeengoed is zelfe van de gansche Christenheid, heeft Prof.
VoUenhoven ernstige bedenkingen. Dit blijkt reeds hieruit dat hij het
als een van de kenneUjke verdiensten van Dr A. Kuyper Sr. beschouwt,
dat deze "bezwaren (had) tegen de dichotomie in de anthropologie"
(blz. 315) en dat hij het bij dezen als een "verdwijning van de
synthetische trek uit het denken" prijst, dat "eene anthropologie
wankelt, die geen steun vindt in de Heilige Schrift" (blz. 316). Het is
duidelijk dat met dezen door Prof. VoUenhoven veroordeelde
anthropologie bedoeld wordt de tevoren genoemde dichotomie. De
faculteit ontkent met nadruk de juistheid van de bewering dat Dr A.
Kuyper bezwaren zou gehad hebben tegen de dichotomie; hij heeft
deze integendeel zoo beslist mogelijk verdedigd, zie slechts E Voto
Dordraceno II, 206. Zij vermeldt echter deze uitlating, omdat zij
duidelijk doet zien dat Prof. VoUenhoven zelf bezwaar maakt tegen de
dichotomie. Wanneer men nu de vraag stelt wat Prof. VoUenhoven voor
deze dichotomie in de plaats wU steUen moge verwezen worden naar
eene uitspraak op pag. 44, waar het Uchaam wordt aangeduid als "het
geheel der functies", "dat Paulus met een mantel vergelijkt". Onder
verwijzing naar blz. 31 waar de functies worden opgenoemd, die Prof.
VoUenhoven meent te kunnen onderscheiden, acht de faculteit het
duidelijk, dat hij ook tot het lichaam rekent wat haar leden zouden
noemen de meer geestelijke functies, als de analytische of logische, de
ethische en de pistische functie, om de terminologie van Prof.
VoUenhoven te gebruiken. Dat wil niet zeggen, dat Prof. VoUenhoven
243
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's