Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 34

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 34

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

1907, promoveerde op de theologie van Jonathan Edwards, de

grondlegger van de New-England-theologie in de 18de eeuw, of,

zoals J.G. Geelkerken in 1909 en J.G. Ubbink in 1912,

promoveerde op een modem onderwerp. Geelkerken promoveerde

op de empirische godsdienst-psychologie en Ubbink op het pragma-

tisme van WiUiam James. Twee dissertaties, die bij Bavinck werden

verdedigd, handelden over Engelse en twee over Duitse filosofen.

De dissertatie van H.W. (van der Vaart) Smit, die in 1916

promoveerde op De natuurphilosophie en het theïsme, wekte meteen

weerstand op onder zijn leeftijdgenoten. Hij prees de Duitse

filosoof H. Lotze en beviel zijn leer ter navolging aan. De student

D.H.Th. VoUenhoven opponeerde tegen zijn zoeken naar synthese,

terwijl dr J.G. Ubbink scherp afwijzend over het accepteren van

deze dissertatie door de Vrije Universiteit schreef.

Bavinck zocht zo langs verschillende wegen contact met de

moderne tijd. Anders dan Kuyper met zijn rigide systeem van vijf

faculteiten, werkte Bavinck mee aan het zelfstandig worden van de

psychologie, de pedagogiek en de poUticologie. Samen met Geesink

en Bouman, en ook met Anema, wilde hij werken aan een christe-

lijke wijsbegeerte, maar hij bleef daarbij toch binnen het

scholastieke denkschema gevangen.

Voor we terugkeren naar de zomer van het jaar 1905, om ons

verhaal te vervolgen, moeten we eerst de voor de verdere geschie-

denis belangrijkste studenten noemen, die nog colleges van A.

Kuyper hebben gevolgd. In 1895 werden onder anderen VU-student

de latere VU-hoogleraren V.H. Rutgers en R.H. Woltjer evenals S.

Greydanus, die hoogleraar te Kampen, en A.H. de Hartog, die

hoogleraar te Utrecht zou worden. In 1896 heten zich inschrijven de

studenten J.C. de Moor, de synode-voorzitter in 1926, J.C.

Rullmaim, de latere predikant-historicus en J.G. Ubbink, die als

predikant in 1933 zou worden afgezet. In 1897 kwamen de latere

VU-hoogleraren P.A Diepenhorst en G.Ch. Aalders als student

aan. In 1898 werd J. Ridderbos student en m 1899 de latere VU-

hoogleraren A A van Schelven, F.W. Grosheide en V. Hepp alsook

H.C. Rutgers, de latere secretaris van de Nederlands Christelijke

Studenten Vereniging (N.C.S.V.), J.B. Netelenbos, die in 1922 en

J.G. Geelkerken, die in 1926 als predikant in de Gereformeerde

Kerken afgezet zou worden.

Van deze VU-studenten zaten J. Ridderbos en J.G. Geelkerken

samen in een verzoeningscommissie. Ridderbos was namelijk lid van

30

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 34

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's