De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 126
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
wonderen door Hepp. Het bevlekte vest van prof. Geesink
noemden ze een 'substantie-wonder.'
In de opvolging van prof. Geesink, die op 27 mei 1926 al 72
jaar werd, moest ook worden voorzien. In die vacature werd
VoUenhoven benoemd, terwijl tegelijk ook Waterink als
buitengewoon hoogleraar in de pedagogiek een deel van de
activiteiten van Geesink overnam. Zodoende verhuisden
VoUenhoven en Dooyeweerd beiden uit Den Haag naar Amsterdam
en vonden in oktober 1926 de inaugurele oraties plaats van
Waterink, Dooyeweerd en VoUenhoven, alsook de rectorale oratie
van Goshnga en het afscheidscollege van Geesink.
Ik gebruik de redevoeringen van de beide zwagers om het resultaat
van hun samenwerking na te gaan.
Dooyeweerd sprak van hun jarenlange vriendschap en
geestverwantschap en over 'een nauwe aansluiting van de richting
van ons beider onderwijs en in de hjn van ons beider denken.'
VoUenhoven uitte zijn vreugde over de voortzetting 'van het
zoo vruchtbaar contact met Dr. Dooyeweerd.' Met zijn benoeming
brak de grote spanning, door ambt en studie, waarin VoUenhoven
de laatste jaren had geleefd. Ook dankte hij L. Bonman, die toen
juist een benoeming te Utrecht had aanvaard, voor de barmhartig-
heid hem in 'zeer moeiUjke dagen' bewezen. Zo wees hij op de
overspanning ten gevolge van zijn diepgaande studie met een zeer
grote concentratie en een zeer consciëntieus opgevat veelomvattend
ambt.
In zijn inaugurele oratie sprak Dooyeweerd over een
organische of kosmische samenhang van wetskringen met elk een
eigen modaUteit en tweeërlei analogieën, enerzijds substraten of
analogieën die naar voorafgaande wetskringen verwijzen en
anderzijds antecipaties die vooruitwijzen. Van deze wetskringen
noemde hij als eerste vier die van getal, ruimte, beweging en
energie, zonder een wetskring van het logische of de tijd te
noemen, zoals VoUenhoven in zijn rede deed.
Het grootste deel van zijn rede besteedde Dooyeweerd aan de
geschiedenis van de filosofie sinds de Renaissance, zoals die
bepaald bleek door de wetsidee van de autonome, soevereine mens.
Hij toonde antinomieën of logische tegenstrijdigheden aan,
voortkomend uit de dialectiek van wetenschapsideaal en persoon-
lijkheidsideaal.
122
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's