De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 104
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
De kerk werd dus door Hepp en De Reformatie uitgetild boven de
geschiedenis. Dat had de kerk met de eeuwige beginselen, de bijbel
en de wedergeboren ziel gemeen. Zij behoorden tot het rijk der
genade, dat de natuur overtrof, ook al behoorde tot de natuur de
materie, die niet vernietigd kon worden, en de ziel, die als zodanig
onsterfelijkheid bezat. De problematiek van dit Openingswoord
zullen we nog vele malen tegenkomen.
Tot de medewerkers van De Reformatie behoorde ook Bavinck,
maar door zijn hartaanval zou hij er niets in publiceren. De andere
hoogleraren onder de medewerkers waren: F.W. Grosheide, T.
Hoekstra en J. Ridderbos, maar de laatste hield het geen jaar vol.
Van de jongeren noem ik verder: ds. J.C. Rullmann, ds. K.
Schilder, dr. W.J.A. Schouten, dr. H.J. van der Vaart Smit en dr.
D.H.Th. Vollenhoven. Uit Oost-Indië werkten mee dr. H.A. van
Andel te Solo en dr. W.G. Harrenstein te Medan. Pas het tweede
jaar werd een vrouw medewerkster: mej. H.S.S. Kuyper te Bloemen-
daal, maar met ingang van het derde jaar trad ze weer terug.
Van der Vaart Smit had, door er meteen bij te zijn, het
redactie-secretariaat voor zichzelf opgeëist, maar dat had een
invloedrijk man als dr. J.C. de Moor voorkomen. Van die zijde
werd dr. V. Hepp voor die plaats aanbevolen.
De redactionele formule van het weekblad bleek met zijn
twaalf rubrieken overgenomen van De Heraut. Maar het
éénrichtingsverkeer van Kuyper niet. 'Wij willen voorkomen, dat
eenvoudige en onvermijdelijke schakeeringen van het gereformeerde
beginsel, in elkander bestrijdende richtingen ontaarden', schreef
Wielenga. Dat was toen echter ook al een onmogelijke opgave. Hij
bezwoer de geesten als volgt:
En mocht ooit de zwarte dag komen, dat ons blad in conservatieve
richting ging, dat onze kolommen gevuld werden met negatieve kritiek,
twistzaaiende taal, negeerende beantwoording van het jong-ontkiemende
leven, mocht ooit ons blad afgaan van zijn program tot samenbinding
van al wat uit hetzelfde beginsel leeft, en tot voortgaanden, wezenlijken
opbouw en uitbreiding van wat wij als erfenis der vaderen ontvangen
hebben, dan moet zulk een afwijking gebrandmerkt worden als een
zondig onrecht tegen onze "jongeren", die wij beloofd hebben met ons
orgaan te helpen aan de verwerkelijking van hun ideaal.
Een jaar later kwam het eerste conflict. Prof. Grosheide had het
reeds gezien, er was geen jong-gereformeerde beweging, er waren
100
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's