Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 189
ne gemeente als zijn eigen pleegkinderen beschouwend; de minder
armen der kudde als ingedeeld naar het getal der meergegoeden en
elk ''hun huis'' hebbend, waar ze gekend zijn en nooit zonder goe-
de hoop kunnen aankloppen!
Zelfwerkzaamheid kweekt kracht, de afzienbaarheid van het
terrein geeft den stillen adem van het huislijke, zelf betalen prik-
kelt de belangstelling, en concurrentie met anderen is ook voor
den ongeestelijke drijfveer, om te ontkomen aan den vloek der in-
ertie. Is het nu wel buiten twijfel, dat juist de karaktertrek van ons
goede Hollandsche volk in dit kleine, in dit huislijke, in dit auto-
nomische, in dit liefhebben van wat men betaalt, in deze prikkel-
baarheid voor mededinging zijn schaduwzijde, maar óók zijn
kracht heeft, wat, bid ik u, zou dan aan de schepping van dit fris-
sche, vrije, veerkrachtige leven ook op onzen bodem in den weg
staan?'
Zo schreef Kuyper over de kerk voor het volk in zijn strijd tegen de
volkskerk. Hij streed daarin voor de emancipatie van de gewone men-
sen. Maar tegelijk vergat Kuyper nooit zijn eigen leiderschap bij dit de-
mocratische emancipatieproces. Hij was een voorstander van de demo-
cratie, een democratisch leider, maar dan wel met de natuur van een dic-
tator. In zijn lezing te Princeton in 1898 over 'Calvinisme en Kunst', zei
hij iets over de geniale persoonlijkheid, en daarbij denken we direct aan
de spreker zelf.
'Persoons gelijkheid is er niet. Er zijn zwakke, enghartige perso-
nen, met geen breeder vlerkgewip dan de huismusch, maar er zijn
ook sterke, breede imponeerende karakters met den vleugelslag
van den adelaar. Onder die laatsten vindt ge er dan weer enkelen
met koninklijk karakter, en deze heerschen in hun kring, onver-
schillig of men voor hen wijkt of hen tegenstaat, bij tegenstand
meest nog te krachtiger.'
Deze heerszucht beheerste een groot deel van zijn publieke leven. Ze
klonk ook door in de zang over zijn levensdoel, dat hij vervaardigde,
en in de toon van Da Costa 'nazong':
LEVENSDOEL
Voor mij, één zucht beheerscht mijn leven,
Eén hooger drang drijft zin en ziel.
En moog' mij d' adem eer begeven.
Eer ik aan dien heil'gen drang ontviel:
183
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's