Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 55
meente, waarvan Laski de leider was geweest. Hij wilde daarna Groen
bezoeken om hem over zijn verdere plannen te spreken. Een half jaar
later, in februari 1868, vond dit gesprek bij Groen thuis plaats. Groen
was toen 66 jaar en Kuyper pas 30.
Groen ontdekte in hem een geestelijke zoon.
Na Kuyper zijn portret, een exemplaar van zijn publikaties en een
reisbeurs geschonken te hebben, deed Groen hem als verjaardagsge-
schenk op 29 oktober 1869, een piano cadeau. Groen vroeg hem om
geen geheimen voor hem te hebben:
'Deel mij steeds gerust alle uwe pensees en arrière-pensées mee. Ze
blijven een veilig geborgen bezit van uwen u zeer liefhebbenden me-
destrijder en vriend', schreef hij.
In 1872 kreeg Kuyper van zijn amsterdamse gemeente 'Het huis met
den Saphyrberg' aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam cadeau; het
bleek dat Groen en de bierbrouwer W. Hovy het meeste hadden betaald.
Groen en Kuyper hielden elkaar minutieus op de hoogte van hun ge-
zondheid. Groen schreef: 'Gij zoudt mijn alter ego kunnen zijn', en
Kuyper: 'Alleen als rijsje aan uw stam kan ik leven.'
'Mijn arbeid door u voortgezet te zien is voorzeker een groot voorregt
op mijn ouden dag', schreef Groen in 1875. Zijn laatste brief was vol
zorg: 'Ik ben zelf diep getroffen door uw leed.'
Hij eindigde met: 'Van harte uw vriend en broeder - Groen van
Prinsterer.'
De literaire predikant van Utrecht, dr. Nicolaas Beets, bekend als de
schrijver Hildebrand van de Camera Obscura, reageerde ook op de bro-
chure van Kuyper. Hij nam het initiatief dat leidde tot een beroep voor
Kuyper in de Domstad. De leiding van de orthodoxe richting haalde
hem binnen zoals Saul de jonge en strijdbare David in zijn familiekring
opnam. Spoedig zouden zij bang worden voor de opkomende ster van
deze krachtige en onrustbrengende volkstribuun. De intreerede op 10
november 1867 gehouden in de Domkerk, bevatte het program van het
Kuyperianisme, dat in Nederland honderd jaar stand zou houden. Kuy-
per had het beroep naar Utrecht aangenomen omdat het denkbeeld hem
'machtig streelde, om voortaan in een der brandpunten van hooger
geestesleven te verkeeren'. Twee slagzinnen uit zijn preek werden be-
kend:
'Of we dus tot kerkherstel of tot stichting eener nieuwe kerk ons
moeten opmaken, tot bouwen zijn we in elk geval geroepen.'
En:
51
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's