De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 359
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
concludeerde: 'van nu af aan zijn het niet meer de kerken in
Holland, die door middel van haar Deputaten beslissen over den
gang van het werk, maar het zijn de Javaansche Kerken, die de
uiteindelijke verantwoordelijkheid dragen.' Ook op ander gebied
was verandering gekomen, want Verkuyl vertelde tevens: 'In de
vrouwenkampen moet met bijzondere nadruk vermeld worden het
werk van enkele vrouwelijke predikanten en predikantsvrouwen,
Godsdienstleeraressen en wijkzusters.'
De mannenbroeders in Nederland kregen zo ineens geheel
nieuwe zaken te verwerken: accepteren van revolutionair optreden,
het samengaan van kerken, ambtelijk werk door vrouwen en een
einde van de broederlijke bevoogding van de zendingskerken.
De missionair predikant H. van den Brink vroeg daarbij inzake
de staatkundige verhouding Nederland-Indië om 'schuldbesef. Van
den Brink sprak mee namens andere zendingsmensen en schreef:
1. Zij zijn zich bewust van de groote schuld, die het Nederlandsche volk
- en in dat volk ook wij - draagt, doordat wij in onze betrekkingen met
Indonesië, zoowel politiek en economisch, alsook in het optreden van de
Hollanders, helaas ook van de belijdende Christenen, ons te weinig
hebben laten leiden door de eischen van rechtvaardigheid,
onbaatzuchtigheid en naastenliefde, gelijk Gods Woord ons die gebiedt,
ook al hebben vele Chrsitenen uit ons volk er tegen geprotesteerd en
hun krachten ingezet om dat anders te maken.
2. Zij zijn zich bewust, dat ons Nederlandsche volk door het brengen
van onze vermaterialiseerde Westersche cultuur en het Westersche
onderwijs, de levens- en wereldbeschouwing van de Indonesiërs heeft
ondergraven en doorbroken, zonder dat in het algemeen dit geestelijk
vacuum met nieuwen inhoud werd gevuld.
Men moest de schuld van de revolutie in Indonesië niet alleen
bij Japan en Soekamo zoeken. De zendingsmensen stemden in met
de in het uitzicht gestelde algehele Uquidatie van de koloniale
verhouding en wensten de hjn van de jonge Abraham Kuyper te
volgen in plaats van die van Colijn. Dr. H. van den Brink werkte
deze kritiek in het boekje Een eisch van Recht breder uit. Prof. J.H.
Bavinck schreef een inleiding en veertien mensen uit de zending
stemden ermee in, waaronder ds. J. Verkuyl en ds. mr. D.C.
Mulder.
Indien de geest van H. Bavinck zich in drie richtingen speciali-
seerde, een dogmatische, een psychologische en één die op zending
353
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's