Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 213
teuren. Zij wilden via de jaarvergadering van de Vereniging een onder-
zoekscommissie naar Lohmans onderwijs in het leven roepen. De be-
doeling daarvan was duidelijk: Lohman moest zich onderwerpen of de
VU verlaten.
Als voorzitter van die commissie, dacht Kuyper aan prof. Bavinck.
Hij roemde het pas verschenen eerste deel van de Dogmatiek van Ba-
vinck in De Heraut. Toen Bavinck daarvoor bedankte, vroeg Kuyper
hem voorzitter van de nog te vormen commissie te willen worden. Hij
moest zich, vond Bavinck zelf, dan wel eerst als lid opgeven, want hij
was niet meer dan donateur van de VU. Bavinck schreef op 20 juni 1895
aan Kuyper terug:
'Zij, die zulk eene Commissie voorstellen, moeten scherp en dui-
delijk de bedenkingen formuleeren, die tegen den heer L. bepaal-
delijk tegen zijn onderwijs worden ingebracht. De moeilijkheid
ligt denkelijk juist daarin dat er op geen enkel concreet punt dui-
delijk aanwijsbare afwijking is van onze belijdenisschriften, en
dat toch de geest en strekking van het onderwijs niet calvinistisch
is. Ik begrijp daarom, dat de Commissie eene zware taak zal krij-
gen.'
Kuyper kon tevreden zijn. Bavinck, die als een onkreukbaar man be-
kend stond, wilde wel voorzitter van de commissie worden. En Bavinck
was het met hem eens, dat het onderwijs van Lohman niet calvinistisch
genoeg was.
Hovy, die erop vertrouwde dat Kuyper ter wille van de VU verzoening
nastreefde, vroeg hem daarom als voorzitter van de jaarvergadering op
te treden. Deze vergadering vond plaats in hotel De Seinpost te Scheve-
ningen. De organisatie van de 35 leden, die in overleg met Kuyper en
Rutgers hun bezwaren zouden inbrengen, had aanleiding gegeven tot ge-
ruchten en daardoor ook tot een zeer grote opkomst.
Leden zoals Lohman en Hovy, die onwetend waren van de concrete
plannen, werden verrast door de drukte. Kuyper had de leiding en sprak
het openingswoord. De slotzin daarvan toonde hem als de geloofsheld
in de aanval:
'En dan moge het wezen, dat we geen mannen meer hebben voor
onze katheders; dat de arbeid onzer hoogleeraren liegen zou; geen
student meer in onze collegezalen werd gevonden; er geen
muntstuk meer ware in den buidel; — ook dan nog zal ik in den
Heere van vreugde opspringen; ik zal mij verheugen in den God
mijns heils.'
207
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's