Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 207
'enkele dissentieerende broederen in de Residentie en in de Maasstad die
zich reeds, te overijld, onder den Christelijk-historischen naam, tegen-
over onze partij organiseerden.'
Kuyper predikte verzoening, maar eiste ook onderwerping.
Lohman meende echter dat de poging tot herstel van samenwerking
'niets gaf indien daarbij de eisch werd volgehouden, dat ik mij niet vrije-
lijk openlijk zou mogen uitspreken over mijne staatsrechtelijke en poli-
tieke beginselen.'
Hovy waarschuwde Kuyper voortdurend inzake de gevaren voor de
VU van zijn zich vereenzelvigen met de gereformeerde beginselen. Maar
Kuyper ging door met zijn beschuldigingen, zodat Lohman op 4 februa-
ri opmerkte: 'De zaak is nu door de Standaard — ijverig daarin gehol-
pen door de Boodschapper - op den weg gebracht, die m.i. onfeilbaar
moet leiden tot de crisis; d.w.z. tot de afzetting als hoogleraar, waarmee
ik al zoo lang van ter zijde bedreigd werd.'
Dezelfde dag dat Lohman dit aan Kuyper schreef, volgde van hem
nog een tweede brief met een ernstige kreet van protest. Kuyper had
Lohman beschuldigd van een aanval, zoals hij zelf, naar later zou blij-
ken, van plan was te doen.
Het behoorde tot Kuypers tactiek de tegenstander te beschuldigen van
plannen, die hijzelf in het schild voerde.
Lohman doorzag dat en protesteerde hevig:
'Maar dat gij mij voorstelt als het toeleggende op een afbreking
van Uw universitaire en politieke positie, is een miskenning van
mijn bedoeling en streven, waartegen ik met al de ernst die in mij
is, ook bij U moet protesteren. Daartegen getuigt onze gansche
correspondentie van jaren her - Ik beroep mij dan ook op Uw
rechtvaardig oordeel, om een bedoeling als gij mij toedicht, verre
van mij te werpen. Naleving van Art. 2 der statuten is voor ons
beiden plicht en roeping, en nooit mag U door mij of mij door U,
het streven daartoe euvel worden geduid. Te minder overmits bij
mij de hoop niet kan ondergaan, dat principieele interpretatie van
Art. 2 der Statuten en haar toepassing ook op Uw vakken, het na-
tuurlijke en van zelf geboden middel is, om, waar nu verschil over
de beginsels bestaat, eenheid van inzicht te kweeken.'
Maar dit middel om eenheid van inzicht te kweken, zou door het op-
treden van Kuyper juist tot breuk leiden.
Hovy schreef Kuyper dat hij de hele juridische faculteit in haar eer
aantastte.
201
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's