Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 34
eervol getuigschrift op perkament. Daarna vond een bijeenkomst met
curatoren en professoren plaats en volgde een souper bij prof. dr. P.
Hofstede de Groot, de eminente leider der groninger godgeleerden.
Toen in april I860 het werkstuk over Calvijn en Laski gereed was ge-
komen, begon de theologische studie van Bram Kuyper pas goed. Hij
wilde de examens met de hoogste lof afleggen en dan meteen doorstude-
ren en promoveren. Een schrikbeeld voor hem was: wonen in een
dorpspastorie met een klein salaris en met veel kinderen, die hij graag,
als ze kwamen, een goede opvoeding wilde geven. Zijn toekomstideaal
was het burgerlijke gezin, maar dan dat van een leidse hoogleraar en niet
van een arme predikant, zoals zijn vader was. Ook zijn verloofde moest
op het niveau gebracht worden van een mevrouw met een klassieke op-
voeding. Hij dwong haar, die uit de koopmansstand kwam, zich te ont-
wikkelen, enerzijds vanwege zijn levensdoel, anderzijds om zijn vader
te bewijzen dat hij met haar een goede keuze had gedaan. Zijn vader en
vrienden hadden hem namelijk doen gevoelen dat zij voor hem eigenlijk
te eenvoudig was. Hij zag dat wel in, maar omdat ze jong was, meende
hij haar zelf te kunnen vormen en opvoeden.
Intussen wilde hij eerst op de biografie van Joannis Laski promoveren
voor hij ging trouwen. En dan een zo grondige biografie van Laski, dat
deze eens en voor altijd afdoende zou zijn. Ook wilde hij de verzamelde
werken van Laski uitgeven. Daarom was hij vanuit Groningen naar Em-
den doorgereisd en wilde hij de volgende zomer naar Frankfurt en
Straatsburg gaan. Kortom, hij wilde hoogleraar worden.
De gouden medaille was formeel een koninklijke onderscheiding. De
oranjegezinde Kuyper vroeg belet om de koning persoonlijk te mogen
bedanken. Hij kreeg echter op 21 oktober bericht dat de koning niet ver-
langde dat hij in persoon zijn opwachting kwam maken, dat zou op dat
ogenblik voor Zijne Majesteit enige moeilijkheden opleveren.
Voor Scholten moest het gepubliceerde collegedictaat Dogmatices
Christianae Initio grondig bestudeerd worden. De vele honderden bij-
belverwijzingen zocht Bram in de grondteksten, Hebreeuws en Grieks,
op. Hij leerde de bijbel gebruiken als boek van verwijsteksten ter onder-
steuning van dogmatische stellingen. Teksten werden bewijsplaatsen
voor een hecht doortimmerd dogmatisch huis, met de deterministisch-
rationalistische stijl van de architect Scholten.
Eigenaardig was dat het uitvoerige tekstgebruik gepaard ging met de
verwerping van de bijbel als gezaghebbend boek. Bram schreef zijn ver-
loofde en sprak met haar over de bijbel als feilbaar boek en over de
grond waarop de waarheid rustte. Hij vond die in de werking van God
in de mens, en vroeg haar als een schoolmeester: 'Zeg me waarom of
zij die 't gezag des bijbels uit den bijbel bewijzen, slecht redeneren.'
30
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's