Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 160

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 160

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

en physicus maar niet gaat verwachten, dat zij zich willen begeven

buiten hun eigen terrein', waarschuwde hij.

In de volgende vergadering, op 2 april 1932 gehouden, sprak

drs. J. Verseveldt over De waardering der geologe in orthodox-

Christelijke kringen, waarin hij het artikel van de geograaf A. van

Deursen over geologie in de Christelijke Encyclopaedie bestreed

vanwege de poging van Van Deursen de dagen van Genesis 1 in

overeenstemming te brengen met geologische tijdperken. Verseveldt

bestreed ook het 'hopeloos concordisme' van Bavinck, die zich

volgens hem op verouderde Hteratuur baseerde. Maar Verseveldt

gebruikte de eerste druk van Bavincks Gereformeerde Dogmatiek.

Omdat in de druk van 1928 vermeld stond: 'vierde onveranderde

druk', kwam Verseveldt tot de klacht: 'Dat uitspraken als de

bovengenoemde van Hackel (uit 1874) nog in de laatste herdruk

van B.'s Dogmatiek ongewijzigd werden overgenomen, is niet

bevorderlijk voor een meer juiste waardering der geologie.' Maar

deze uitspraak van Haeckel kwam er niet in voor, omdat Bavinck

als VU-hoogleraar zijn dogmatiek in de tweede druk grondig had

herzien, ook inzake de geologie. Verseveldt had dus de eerste druk

gebruikt en uit de derde of vierde begrepen, dat Bavinck zijn

Gereformeerde Dogmatiek nimmer had omgewerkt. Bavinck bestreed

in de nieuwe drukken juist het concordisme, al bleef hij zijn

onjuiste kritiek op de functie van een hypothese in de

natuurwetenschappen handhaven.

Om dit aan te tonen, citeer ik twee ziimen uit de vierde druk:

'Voorts houde zich de theologie alleen aan de onbetwistbare feiten,

welke de geologie doet kennen, maar wachte zich voor de

hypothesen en conclusies, die de geologen daaraan toevoegen.

Daarom zie ze af van elke poging, om de zoogenaamde geologische

perioden met de zes scheppingsdagen te vereenzelvigen.'

Met de bestrijding van drs. A. van Deursen, die zich als

geograaf aan de geologie had gewaagd, was Verseveldt gelukkiger,

ook al was het artikel in de Christelijke Encyclopaedie al zes jaar

oud.

In de bespreking kwam de jonge bioloog drs. J.H. Diemer aan

het woord. Hij waardeerde de bestrijding van het concordisme.

Deze predikantenzoon had al eerder het aan de orde stellen van de

evolutieleer, met name door De Gaay Fortman, een blijk van moed

genoemd. Maar hij vroeg wel om een diepere fundering in een

christeUjke natuurfilosofie. Ook De Gaay Fortman vond 'dat

154

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 160

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's