Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 276

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 276

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

zelfverzekerd. In de kleine collegekamer aan de Keizersgracht, die

eens de slaapkamer van Abraham Kuyper was geweest, moesten de

studenten als praktijk-oefening rechtbank-spelen met Gerbrandy als

president-rechter. De scripties van de studenten het Gerbrandy

vermenigvuldigen voor de studenten, waarvan telkens twee het

werkstuk moesten aanvallen. Daarin volgde hij de preekcolleges van

de theologen. A.M. Donner merkte op: 'Hij raakte toen reeds in

kleine conflicten omdat hij de enige hoofdregel, nl. dat er in ieder

geval college gegeven moest worden, wel eens verwaarloosde; hij

zou voor een hedendaags college van bestuur een wanhoop geweest

zijn.'

Gerbrandy had veel belangstelhng voor het arbeidsrecht en voor

de ontwikkeling van het copyright ia verband met de radio en

'Television in its genesis'. In 1937 vroeg de Minister van Waterstaat,

waaronder de P.T.T. en de radio viel, aan Gerbrandy om voorzitter

van de Radioraad te worden. Hij aanvaardde de benoeming zonder

vooraf toestemming van de VU-directeuren te vragen. In de

vergadering van Directeuren op 24 september 1938 werd die

benoeming 'vierkant afgekeurd', ook al hadden Curatoren gunstig

geadviseerd. Gerbrandy weigerde echter zijn nieuwe functie neer te

leggen. Colijn en Schouten wensten daarop zijn ontslag als

hoogleraar. Overwogen werd wat Gerbrandy bij ontslag zou doen

en hoe eventueel een rechter over dat ontslag zou oordelen.

Hoogleraren moesten vóór aanvaarding van een bezoldigde

betrekking vergunning van de VU-directeuren ontvangen. Maar als

lid van de Radioraad kreeg men vergoeding van onkosten en een

bedrag per vergadering. Overwogen werd om aan de minister voor

te stellen de vergoedingsregeling zo te wijzigen, dat het als een

bezoldigde betrekking aangemerkt kon worden.

Ontslag was niet zo maar te verlenen, en daarom zocht men

naar een compromis. Gerbrandy wilde zijn functie van voorzitter

van de Radioraad wel inperken, maar die inperking ging volgens

Directeuren niet ver genoeg. Hij was aan de beurt om gedurende

het academiejaar 1938/39 rector-magnificus te worden, maar wegens

bezwaren van het College van Directeuren is die benoeming niet

doorgegaan. Gerbrandy moest maar buitengewoon hoogleraar

worden, meenden Directeuren. De eisen die Gerbrandy stelde bij

die vorm van hoogleraarschap, waren echter voor hen onacceptabel.

Op 11 november 1938 schreef Gerbrandy aan 'Zijne Excellentie

dr H. Colijn':

270

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 276

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's