De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 310
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Greijdanus, die vanaf 1926 al de boeken en brochures van Schilder
met veel sympathie in het G.T.T. had besproken, zou voortaan de
rol van Honig overnemen. Mee onder invloed van Greijdanus zou
Schilder voortaan minder gemakkelijk een compromis accepteren,
vooral niet in het aanvaarden van het nieuwe kerkrecht, dat volgens
hen van de aangenomen kerkenorde afweek.
Terwijl Schilder in augustus 1940 nog vol goede moed aan het
tot stand komen van gemeenschappelijke uitspraken meewerkte,
nam na december zijn tegenstand tegen de gehele zaak der
meningsverschillen toe.
Op de agenda van de synode ontbraken in maart 1941 de
meningsverschillen nog steeds. J. Ridderbos was telkens afwezig en
Schilder had zijn nota nog niet geschreven. De synode kwam vooral
bijeen om een tussentijds verslag van de 'Deputaten voor de
Correspondentie met de Hooge Overheid' te bespreken. Ook
stonden bezwaren tegen de besluiten over het lidmaatschap van het
C.D.U. en de N.S.B, van 1936 op de agenda.
Op de synode werd veel kritiek geuit op de houding van H.H.
Kuyper tegenover de bezetter. Hij verdedigde zijn optreden en zei
dat hij vanwege hardhorendheid uit het Convent van Kerken was
getreden. Ondanks de kritiek bleef hij als voorzitter van de
deputaten gehandhaafd, maar mr. J. Donner werd aan de deputaten
toegevoegd evenals prof. J. Ridderbos en S. Baron van Heemstra.
Tot de plaatsvervangende deputaten werden prof. K Dijk, dr.
A.A.L Rutgers, mr. J.A. de Wilde en prof. D. Nauta benoemd,
terwijl prof. A.A. van Schelven ontheffing van die functie verkreeg.
Schilder was rapporteur inzake de N.S.B.-besluiten van 1936, die
op grond van zijn advies bleven gehandhaafd.
Tijdens diezelfde zitting ontving Schilder de brief van H.H.
Kuyper aan ds. H. Veldkamp, met de toestemming er werk van te
maken. Toen H.H. Kuyper daarna aan Schilder schreef dat hij
contact over zijn gevangenneming had gehad met
Oberregierungsrath en Pressereferent H. Husshahn, de baas van
Van der Vaart Smit, oordeelde Schilder dat het hem opgelegde
schrijfverbod 'niet zonder verraad van binnen verkregen was.' Het
eerherstel, dat H.H. Kuyper aan de synode vroeg, omdat hij
meende dat hij van verraad werd beticht, en dat hem in 1945
posthuum werd verleend, berustte op gebrek aan bewijs van dit
verraad. De uitspraak van Schilder, waarin H.H. Kuyper niet
304
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's