De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 142
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
licht brengt. Die feiten zijn evengoed woorden Gods als de inhoud
der Heilige Schrift en dus door ieder geloovig te aanvaarden.'
Schouten oordeelde: 'FeiteUjk komt het standpunt der Synode
daarop neer, dat wij zelfs zonder het intermediair van ons verstand
de Schriftopenbaring ten volle verstaan, en dat wij ook met ons
verstand van Gods Openbaring in de natuur niets weten.' Hij moest
bij de mannen van Assen 'een tekort aan natuurwetenschappelijke
kennis constateeren van zoo emstigen aard, dat ik het bij mijn
leerUngen in de laagste klasse van het gymnasium met een
onvoldoend cijfer zou straffen.' Het was hem bekend, 'dat de
overgroote meerderheid van de Gereformeerde beoefenaren der
natuurwetenschappen ernstige bezwaren heeft tegen de uitspraken
der Asser Synode', en hij zei dat de samenwerking tussen theologen
en natuurfilosofen vrijwel onmogelijk was geworden.
Aalders schreef nu een Laatste woord over wereldbeeld en Para-
dijsverhaal. De natuurfilosofen en Schouten stelden zich volgens hem
'in een theologisch geding, waarbij geen enkel natuurweten-
schappelijk vraagstuk aan de orde was.' Hij weigerde volhardend
'op het verstaan van den zin der Schrift invloed toe te kennen aan
buiten SchriftuurHjke gegevens, hetzij van historisch, hetzij van
natuurwetenschappelijk karakter, waardoor de mededeelingen der
Schrift zouden worden geïnterpreteerd of in hun interpretatie
dubieus gesteld, in strijd met hun eigen strekking.'
Na dit debat over het bijbelse wereldbeeld tussen Aalders en
Schouten verschenen hierover nog twee artikelen in het G.T.T., één
van Grosheide en één van Schouten. Deze twee artikelen hadden
gediend in de door Hepp en de synode voorgestelde
samensprekingen tussen de theologen en de natuurfilosofen, maar
dat werd er toen niet bij vermeld.
Grosheide schreef over Kan van een bijbebch wereldbeeld
worden gesproken? Hij zag geen enkele reden om over een bijbels
wereldbeeld te spreken, want dan legt men God een onjuist
wereldbeeld in de mond. De bijbel bood niet anders 'dan de
gewone kijk, dien alle menschen hebben op het heelal, wanneer ze
slechts schrijven, wat ze aanschouwen of hun dichterlijke fantasie
werkte met nadere uitbeelding uitgaande van wat wordt gezien.'
Tenslotte kreeg Schouten het laatste woord. Zijn bijdrage aan
de discussie tussen theologen en natuurfilosofen werd in 1927
opgenomen in het G.T.T. onder de titel: Het Oud-Oostersch
138
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's