Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 287

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 287

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Intussen had op 25 juni 1940 een historische bijeenkomst plaats-

gevonden. Voor het eerst kwamen afgevaardigden van zeven protes-

tantse kerken in Nederland bijeen. Als voorzitter van de deputaten

van de Gereformeerde Kerken voor 'de Correspondentie met de

Hooge Overheid' nam ook H.H. Kuyper aan die bijeenkomst deel.

Het Convent van Kerken, dat toen ontstond en waaraan later ook

de Rooms-katholieke Kerk zou meedoen, besloot in oktober 1940

tot een gemeenschappelijke actie tegen de eerste antisemitische

maatregelen van Seyss-Inquart. Een gezamenlijk adres werd op 25

oktober tot hem gericht en op zondag 27 oktober werd de inhoud

daarvan via de kansels bekendgemaakt. Maar H.H. Kuyper verhin-

derde die kanselboodschap in de Gereformeerde Kerken, met het

gevolg dat van de Hervormde kansels de inhoud van het adres

werd voorgelezen en daar werd meegedeeld dat ook de

Gereformeerde Kerken op dezelfde morgen de kanselboodschap

zouden horen. Daardoor werd snel in heel het land bekend dat

H.H. Kuyper de pas-begonnen eensgezindheid had verbroken.

In het Convent van Kerken weigerde daarop ds. J.J. Buskes

verdere samenwerking met H.H. Kuyper. Deze bleef als voorzitter

van deputaten gehandhaafd, maar mr. J. Donner verving hem

voortaan in het convent.

Ook op poUtiek terrein werd in die eerste tijd van de bezetting

samenwerking gezocht. In zijn brochure Op de Grens van Twee

Werelden had Cohjn de vorming van een 'nationaal front', dat de

meerderheid van het Nederlandse volk kon vertegenwoordigen,

gewenst geacht. Op 1 juli 1940 waren van de zes grote poUtieke

partijen elk twee personen samengekomen om een Nederlandsche

Unie te stichten. Op 8 juh kwam men tot overeenstemming. Maar

deze eerste unie, die ongeveer 90 procent der bevolking

vertegenwoordigde, kreeg geen toestemming van de bezetter om

zich in een manifest te presenteren. Dat kregen een drietal heren

van een andere Nederlandsche Unie eind juh wel. Colijn en

Schouten, die voor de Anti-Revolutionaire Partij aan de eerste unie

hadden deelgenomen, konden zich niet vinden in het geheel buiten

hen om opgestelde program van deze tweede unie. Samen met de

Christelijk Historische Unie trad de Anti-Revolutionaire Partij nu

op om in grote bijeenkomsten te vertellen dat een algemene

eenheid ongewenst was. Men wilde wel samenwerking met behoud

van wat in ons volk aan geestelijke krachten en organisatie-

vermogen aanwezig was. Geen eenheid maar eensgezindheid was

281

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 287

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's