Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 144

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 144

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

verdriet en van de dood. Die keuze tussen al of niet historisch was

slechts zijdelings een zaak van het wereldbeeld. Het ging veeleer

om een keuze tussen een betrouwbare geschiedenis of een oud

verhaal met theologische impUcaties.

En dan waren er ook nog de vrouwen, die moesten zwijgen.

Toen prof. Grosheide ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag

in 1951 de bundel Arcana Revelata aangeboden kreeg, kon hij

daarin een opmerking van N.J. Hommes lezen over 'de narcose van

een eeuwenlang geijkte exegese.' Het ging om de eerste brief van

Paulus aan Timotheüs, waarin hij over de vrouwen schreef: 'Eene

vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten,

maar ik sta niet toe, dat eene vrouw onderricht geeft of gezag over

haren man heeft; zij moet zich rustig houden. Want eerst is Adam

geformeerd, en daarna Eva. En Adam heeft zich niet laten

verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding

gevallen, doch zij zal behouden worden, kinderen ter wereld

brengende, indien zij blijft in geloof, liefde en heiliging, met

ingetogenheid.'

Paulus las het paradijsverhaal dus als een ware geschiedenis,

waaruit hij Eva's verplichting tot onderdanigheid afleidde, ook al

werd Adam via haar evengoed verleid. In dat via haar zat de

erkenning dat Adam het verbondshoofd was, maar dat geldt toch

niet van de man ten opzichte van de vrouw?

Die beperkte gezichtskring van de theologen in een tijd van

vrouwenemancipatie vinden we in geheel het Rapport inzake het

Vrouwenkiesrecht, dat in 1927 gereedkwam, maar niet werd gepubli-

ceerd. Wel nam De Reformatie het grotendeels over met de minder-

heids-memorie van ds. C. Lindeboom. Het eigenlijke rapport was

van de andere vier leden, de hoogleraren H. Bouwman en H.H.

Kuyper en de predikanten T. Ferwerda en M. Meyering. De

exegese van dezelfde teksten met dezelfde methode leidde in

rapport en memorie tot tegenstrijdige conclusies. Het rapport

oordeelde dat er 'in elk geval van een recht der vrouw om mede te

stemmen op grond van Gods Woord geen sprake kan wezen' en de

memorie van ds. Lindeboom concludeerde 'dat de kerken geroepen

zijn, aan deze uitsluiting een einde te maken, niet door "toekenning

van het kiesrecht aan de vrouw", maar door erkenning van het

recht, dat zij krachtens het haar door Christus verleende ambt

140

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's