De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 223
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
De kerken kwamen bijeen in vele classes door naar hun classis alle
predikanten en evenveel ouderlingen af te vaardigen. Een classis
bestond dus uit een aantal kerken in een beperkt gebied. Alle
classes in een provincie of een deel daarvan kwamen bijeen in een
particuliere synode door afvaardiging van evenveel predikanten als
ouderlingen. En deze particuliere synodes zonden weer elk twee
predikanten en twee ouderlingen naar de generale synode, die
gewoonlijk eens in de drie jaren enkele weken vergaderde. Deze
getrapte vertegenwoordiging leidde ertoe dat de synode meestal uit
oudere predikanten en ouderlingen bestond. De theologische
hoogleraren van de VU en de School der Kerken te Kampen waren
allen als zodanig adviseur van de synode. Zij hadden een pre-
adviserende stem en voerden vaak het woord vóór de leden zelf
hun oordeel of stem gaven. Tot de commissies van de synode
behoorden steeds enkele van deze adviseurs. Hun invloed was
daardoor zeer groot. Waterink behoorde tot de adviseurs, VoUen-
hoven niet. Schilder was als predikant nooit synodelid geweest en
kwam daar in 1936 voor het eerst.
Op de Synode van Amsterdam werd het voorstel van Polman en
Van der Vegt in handen gesteld van Commissie I om een beslissing
voor te bereiden. Van die commissie van synodeleden: vijf
predikanten, waaronder Polman, en zes ouderlingen, waren de
hoogleraren Greijdanus, Grosheide en Hepp de adviseurs. Hepp
rapporteerde op 9 september namens de meerderheid, want er was
meteen ook een minderheid, Greijdanus stelde namens die
minderheid voor om niet op het voorstel-Polman in te gaan, omdat
er geen concrete klachten waren ingebracht. Het was namelijk
gebruik dat een synode zich niet bezighield met zaken die niet
concreet waren en die niet in de kerkeUjke weg aan de orde waren
gesteld. Vele stukken werden op die wijze snel en formeel
afgehandeld. Greijdanus oordeelde dat als die klachten alsnog
concreet werden genoemd, dat ze dan via de kerkeraden, classes en
particuUere synodes aan de orde moesten komen. Hepp echter
stelde namens de meerderheid der commissie voor om zeven
deputaten te benoemen om de 'hangende leergeschillen' te toetsen
aan Schrift en belijdenis. De onderwerpen waarover die 'hangende
leergeschillen' gingen, had Polman aangegeven en daarover zou
Hepp in de komende delen van de serie Dreigende Deformatie
217
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's