Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 129

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 129

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

wetskringen. Twee jaar na hun inaugurele oratie, vinden we bij

Vollenhoven en Dooyeweerd de vaststelling van de opeenvolgende

veertien wetskringen.

In 1926 werd eerst nog gezocht naar de relaties tussen die

wetskringen. Die samenhang werd door Vollenhoven eerst en ook

door Dooyeweerd theologisch aangegeven met de goddelijke voor-

zienigheid. Door de schepping werd de kosmos tot stand gebracht

en door Gods voorzienigheid werd het geheel bijeengehouden. Dat

was de organische band, die alle wetten tot een diepere eenheid

samenbindt. Om die organische band nader aan te geven, werden

de analogieën onderzocht, het vooruit en terug verwijzen binnen

een bepaalde wetskring naar voorafgaande of volgende wetskringen.

Zo is er binnen het gevoel een vooruitwijzen naar taai-gevoel,

rechts-gevoel of kunst-gevoel en omgekeerd bümen het recht een

teruggrijpen op het gevoel, maar ook op de ruimte, zoals bijvoor-

beeld het geval is als men spreekt over het rechtsgebied. Die

gedachte van het verband van elke met alle andere wetskringen

werd samengevat in de idee van universaliteit in eigen kring, door

Dooyeweerd in 1928 voor het eerst geïntroduceerd.

De idee van universahteit in eigen kring had Dooyeweerd in

1928 ook nodig om zich te verweren tegen een advocaat te Sneek,

mr. P.S. Gerbrandy, die hem toen aanviel omdat hij het

economische en sociale te veel van elkaar scheidde. Gerbrandy

noemde het een ernstige fout dat Dooyeweerd de economische orde

baseerde op de arbeidsverdeling en niet uitging van de

arbeidsgemeenschap. Daardoor had Dooyeweerd geen oog voor de

medezeggenschap in het bedrijf. Wat was normatief, vroeg

Gerbrandy, de onderscheiding tussen sociaal en economisch op

grond van allerlei feiten of de eenheid en saamhorigheid in bedrijf

en onderneming, de samenwerking tussen werkgever en werknemer

zoals de Christelijk-sociale beweging voorstond? Dooyeweerd moest

volgens Gerbrandy meer aandacht geven aan de eenheid van de

mens 'in den wortel van zijn bestaan, dat in haar diepste wezen is

religie', en ook aan 'de ontwikkeling van het menschehjk leven.'

Kras schreef hij: 'Het rotsblok, door hem (dr. D.) op den weg der

Christelijk-sociale beweging gelegd, behoort te verdwijnen.'

Ik meen dat deze oproep aan Dooyeweerd niet is voorbij

gegaan en een rol heeft gespeeld in zijn verdere ontwikkeling, met

name bij het zoeken naar de samenhang tussen de wetskringen.

125

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's