De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 268
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Zijn wijsbegeerte had met andere woorden, haar inzicht inzake de
religieuze grondmotieven en het Christelijk grondmotief mede aan
A. Kuyper te danken.
Er waren echter bepaalde gedachtelijnen bij Kuyper, Woltjer en
Bavinck die 'met de inzonderheid door Kuyper ontwikkelde
reformatorische grondconceptie der ChristeHjke wijsbegeerte op
geenerlei wijze te rijmen zijn.' Dooyeweerd ontdekte namelijk bij A.
Kuyper naast de reformatorische grondconceptie twee andere lijnen,
een scholastische en critisch-realistische lijn. De scholastische lijn
vond haar oorsprong in het Griekse denken der Oudheid en de
critisch-realistische lijn in het humanistische denken. Als A. Kuyper
niet van het hart als rehgieus centrum van de mens uitgaat, maar
van twee substanties, ziel en lichaam, is er sprake van binding aan
de scholastisch-Aristotehsche wijsbegeerte, en dat noemde
Dooyeweerd meer dan alleen maar dreigende deformatie.
In deze visie op A. Kuyper zat veel stof om verder te ontwikke-
len. Die scholastische synthese betekende dat Dooyeweerd nog het
grondmotief van het Griekse denken zelf moest analyseren, zoals hij
dat vanaf 1924 met het humanistische denken had gedaan. Ook het
scholastische grondmotief van de Middeleeuwen, zoals dat in de
theologie doorwerkte, vroeg om een nadere analyse. Zijn visie op
A. Kuyper betekende dat Dooyeweerd vier grondmotieven in het
Westerse denken onderscheidde, waarvan drie verbonden met lange
tijdperken in de geschiedenis, zoals door VoUenhoven aangegeven:
de Oudheid, de periode van de synthese en de tijd na Renaissance
en Reformatie. Het vierde. Christelijke grondmotief speelde dan de
rol van de tegenspeler in de strijd, die door Augustinus was
aangegeven als de antithese tussen het aardse rijk van Satan en de
Staat Gods, de civitas terrena en de civitas Dei.
Daarnaast werd het duidelijk dat bij afzonderlijke denkers van
een synthese tussen verschillende motieven gesproken kon worden,
zoals bij A. Kuyper twee lijnen van synthese werden aangewezen. In
de grondmotieven ging het immers om het gemeenschappelijke
denken, waaraan Dooyeweerd als synthetisch denkende wijsgeer al
zijn aandacht gaf. Zelden analyseerde hij de verschillende motieven
bij één denker afzonderlijk.
De rede Kuyper's Wetenschapsleer werd pas aan het einde van
het jaar 1939 gepubhceerd, maar Hepp reageerde metéén op grond
van een persverslag. Hij schreef in Credo: 'Twee groote
gedachtenlijnen kruisen zich voortdurend in Kuyper's
262
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's