De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 220
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
H.H. Kuyper door Prof. Dr K. Schilder. Geheel het artikel van
Kuyper werd er, voorzien van brede aantekeningen, in opgenomen.
Schilder toonde aan dat hij juist de beginselen van de VU
verdedigde, en op de persoonlijke aanval ging hij, met ingehouden
woede, zakeUjk in.
H.H. Kuyper zag zich genoodzaakt de beschuldiging, dat
Schilder aan een nationaal-sociaUstische universiteit en in het natio-
naal-sociahstische Duitsland promoveerde, te rectificeren. Hij
publiceerde in De Heraut een Open antwoord aan Professor Dr K.
Schilder.
In zijn memoires herinnerde Bruins Slot aan de persstrijd in die
jaren. Hij schreef over Schilder:
Hij preekte eens in Sauwerd en logeerde toen bij ons. Dat was erg
gezellig en hij apprecieerde een goede maaltijd en een goed glas wijn.
Hij bleef 's maandags bij ons en ging in mijn kamer een artikel voor
'De Reformatie' schrijven. Nu had ik in mijn bureaustoel een kussentje
liggen dat nog van Abraham Kuyper was geweest. Daar zat hij op. Ik
zei: 'Nu kun je natuurlijk op dit kussen gezeten geen kwaadaardig
artikel tegen H.H. Kuyper schrijven.'
Deze zoon van de oude Abraham en Schilder konden eikaars bloed wel
drinken, en ik sympathiseer met Schilder in zijn antipathie tegen H.H.
Kuyper, die in de oorlog zo rot als een mispel was en ook overigens
niet in alle opzichten aangename karaktertrekken had.
Schilder had een zwaar minderwaardigheidsgevoel. Hij zei tegen mij: 'Jij
komt als V.U.-man natuurlijk nooit op een Kamper schooldag. Dat is je
te min.'
Toen het derde stuk van het antwoord van H.H. Kuyper aan
Schilder uitkwam, had juist de VU-dag te Haarlem plaatsgevonden.
De voorzitter, president-directeur en tevens minister-president,
eredoctor van de VU, H. Colijn, gebruikte zijn openingsrede om
uitvoerig in te gaan op 'de verschijnselen, die we kunnen
waarnemen in de sfeer van het intellectueele en geestelijke leven
óók in onzen kring.' Hij noemde het boek van Huizinga, In de
Schaduwen van Morgen, en zei:
En ten tweede wijs ik opnieuw heen naar Huizinga's 'boosheid des
oordeels'. Die boosheid is er altijd wel geweest, maar niemand zal
tegenspreken, dat zij thans hoogtij viert. En zoo kan het dan licht
gebeuren, dat een zelfs zuiver wetenschappelijke bespreking van een
vraagstuk, waarbij verschil van gevoelen openbaar wordt, ertoe leidt, dat
214
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's