Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 167

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 167

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

de werkelijkheid ervaren de schepselen de tijd echter als duur en

veranderlijkheid, als tijdelijkheid.

Maar met die al-omvattende tijdsopvatting kon Dooyeweerd niet

leven zonder een vast punt, een Archimedisch punt, het hart, dat

zijn vastheid in Christus vindt en zo teruggrijpt op de Oorsprong

van de Schepping. Men kan Dooyeweerd daarom geen functionalist

of historist noemen.

In de eerste plaats hield hij als wijsgeer aan de scheppingsidee

vast, die wortelde in zijn geloof aan de Schepper. De tijd was geen

laatste bepaling, want ook de tijd was geschapen. Bovendien had de

wetsorde zijn oorsprong in God en het hefdegebod kon er de

eeuwige kern van genoemd worden, want in de mens waren alle

schepselen begrepen. Vervolgens werd de zin genoemd 'de zijns-

wijze van al het creatuurlijk zijnde.' Dat wil zeggen dat alles wat

bestaat zijn oorsprong heeft in Gods Hefdeswet en dat het bestaan

vol zin en zinvol is. Ook bezit de schepping volgens Dooyeweerd in

de mens een centrum en de mens kent als centrum het hart.

Evenzo bezat de schepping in de eerste mens een wortel en na de

zondeval herkreeg de schepping als herschepping in Christus een

nieuwe wortel. Het mensenhart wortelt in Christus als tweede

Adam, tweede stamvader van de mensheid, die door de Geest

wordt wedergeboren. En tenslotte was Dooyeweerd ook geen

historist, omdat hij de geschiedenis ingeperkt opvatte als het

menseUjk functioneren binnen een normatieve wetskring.

Met deze ideeën van schepping, zin, wortel en hart bestreed

Dooyeweerd de tijdsopvatting van Heidegger, en met de opvatting

van de geschiedenis als normatieve wetskring bestreed hij het

historisme van bijvoorbeeld Oswald Spengler. Daarbij was hij met

zijn idee van diepste kern, wortel of boventijdelijk hart een leerling

van Abraham Kuyper.

Over die kern schreef Dooyeweerd in 1928:

Welnu, slechts in zijn diepste kern transcendeert de raenschelijke geest

boven den tijdelijken wetssamenhang, slechts de religieuze kern der

persoonlijkheid is het eeuwige in den mensch, niet zijn zedelijke,

logische, psychische of aesthetische subjectsfuncties, die veeleer geheel

in den tijdelijken wetssamenhang zijn ingewikkeld.

Door dit 'het eeuwige in den mensch' vond Dooyeweerd bij Kuyper

een remedie tegen het 'Sein-zum-Tode' van Heidegger. Daarin vond

161

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's