Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 65
kelde cultuur, die als mechanisch gekarakteriseerd zou moeten worden.
Achter de termen geworteld en gegrond lag volgens deze preek het on-
derscheid, en ook wel de tegenstelling, tussen de organische moederkerk
en het instituut van de Hervormde Kerk.
De organische moederkerk, ontstaan uit de wedergeboorte, had hij
bij zijn bekering van toekomstig hoogleraar tot dorpspredikant te
Beesd, leren kennen. Zij werd bij Kuyper de kritische instantie om het
menselijke, feilbare instituut van de kerk agressief aan te vallen. Kuyper
was zich zijn agressie niet helder bewust en ze werd getemperd door in-
nerlijke onzekerheid en door het in die tijd vanzelfsprekende en over-
heersende vadergezag. Hij durfde en waagde veel, maar was ten diepste
niet zeker van zichzelf. Daarom had hij behoefte aan een vaderfiguur
en aan de letterlijk betrouwbare openbaring van God als zijn hemelse
vader. De relatie Kuyper-Groen, en in mindere mate ook de verhouding
Kuyper-Kohlbrugge, verdient tegen de achtergrond van deze analyse na-
der onderzoek.
Toen Thorbecke voor de derde keer met een ministerie optrad, kwam
Groen voor het laatst in actie. Hij gaf met Kuyper richtlijnen voor de
verkiezingen van 1871 uit. Kuyper had de kleine pers geïnstrueerd, een
program opgesteld en kandidaten besproken en aanbevolen. Hij had in
die dagen een ernstige longontsteking opgelopen en verbleef van 20 april
tot 20 mei in het buitenland. Op 19 mei was Kuyper bij Kohlbrugge in
Elberfeld.
Toen in de winter van 1870-71 een vacature te Amsterdam ontstond
had men gepoogd Kohlbrugge te beroepen. Kuyper was daar niet geluk-
kig mee geweest. Hij bood liever Kohlbrugge aan eens in zijn plaats te
komen preken.
Amsterdam was de geboorteplaats van Kohlbrugge en hij zou daar
graag eens willen preken, mee omdat hem dat altijd was belet. Nu vroeg
Kuyper dit opnieuw aan zijn gastheer. Tevens deelde hij Kohlbrugge
mee dat hij zich kandidaat had gesteld voor de kamerverkiezingen.
Ook over deze ontmoeting schreef Kohlbrugge aan zijn schoonzoon
te Wenen een brief. De vertaling daarvan bevat het volgende:
'Nota bene, hij zei dat het toch jammer was dat Da Costa en Kohl-
brugge zo uiteengegaan waren. Da Costa enz. vertegenwoordigde
volgens hem de piëtistische kant, ik de mystieke. Dat waren naar
zijn zeggen in ons land de hoofdstromingen. Het mystieke element
was weliswaar het meest gezonde en ik had dat met succes gehan-
teerd. Sedert ik naar Duitsland gegaan was, was de mystieke partij
wat stroef geworden. Het waren nu allemaal soldaten zonder ge-
neraal. '
61
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's