De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 124
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
niet, zoals Bavinck had gedaan, als een door de religie bepaald
schepsel. Hij schreef:
De raensch, als redelijk schepsel, staat niet onder één enkele wet Gods,
maar onder een veelheid van ordinantiën. Als biologisch organisme is de
mensch ten deele buiten zijn redelijken wil om onderworpen aan de
wetten der organische natuur (stofwisseling, afhankelijkheid van voedsel
en drank etc. etc), maar als zedelijk wezen staat de mensch ook onder
andere ordinantiën Gods, welke bijzonderlijk gesteld zijn voor zijn
denken, willen en handelen.
Overeenkomstig de doelstelling van de Kuyperstichting en de wens
van Dooyeweerd, werd in oktober 1924 begonnen met het
maandblad Antirevolutionaire Staatkunde, genoemd naar Kuypers
nadere toelichting van 1916-17 op Ons Program. Na een introductie
van CoUjn, begon Dooyeweerd daarin een grote studie in
afleveringen over In den strijd om een Christelijke Staatkunde als
'proeve van een fundering der Calvinistische levens- en
wereldbeschouwing in haar wetsidee.'
In deze serie behandelde Dooyeweerd in grote lijnen de
ontwikkeling van de christehjke wetsidee, de idee van Gods
soevereiniteit, in de tijd van de patristiek tot op Calvijn. En daarna,
meer uitgewerkt, de ontwikkeling van de humanistische wetsidee,
waarbij de soevereiniteit ofwel aan de ratio en wetenschap ofwel
aan de vrije persoonlijkheid wordt toegekend. Daarnaast behan-
delde Dooyeweerd verschillende onderwerpen 'in het licht der
Calvinistische wetsidee.'
De artikelen van Dooyeweerd bevatten voomameHjk een
uitwerking van de humanistische wetsidee. In plaats van Gods
soevereiniteit ging de mens na de Renaissance steeds meer uit van
de eigen autonomie. Dat leidde tot de dialectiek van het
persoonlijkheidsideaal en het wetenschapsideaal. Dooyeweerd
werkte dus de methode die VoUenhoven had geïntroduceerd verder
uit: door immanente kritiek het opzoeken van de dialectiek in de
geschiedkundige ontwikkehngsgang. Nog voor de eigen filosofie van
de grond kwam, gaf Dooyeweerd een breed exposé van hetgeen hij
eerst de humanistische wetsidee en later het humanistisch
grondmotief noemde. Bij wetsidee ging het om de karakteristiek van
de soevereiniteit of het laatste woord in de wetenschap, bij
grondmotief meer om de rehgieuze achtergrond daarvan.
120
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's