Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 256

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 256

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

kwam hij ook tegemoet aan de wens van de Theologische Faculteit

om meer aandacht aan de geschiedenis te geven. De geschiedenis

van de wijsbegeerte had zijn voorkeur en werd steeds meer zijn

eigenhjke levenswerk.

Volgens het verslag in De Heraut zei Nauta bij de bespreking

van laatstgenoemde rede, het formeel niet eens te zijn met het

uitgangspunt van Vollenhoven. 'Daar er nogal verschil is over de

wijsbegeerte der wetsidee had dit niet het uitgangspunt moeten

vormen van het referaat, maar wel de Gereformeerde beginselen,

zooals zij ook de grondslag van de Vrije Universiteit zijn', zei

Nauta. Vollenhoven merkte echter op dat die gereformeerde

beginselen om een nadere formulering vroegen en dat zijns inziens

die voor de wijsbegeerte in de richting van de wijsbegeerte der

wetsidee te zoeken is. Nauta begreep blijkbaar niet hoezeer juist

Vollenhoven en Dooyeweerd in hun werk trachtten inhoud te geven

aan die niet nader bepaalde beginselen en dat zij dat zelfs

probeerden te doen volgens de door de Senaat in 1896 aangegeven

methode, voor zover mogelijk.

Tenslotte werd in 1940 naast Hepp als buitengewoon hoogleraar

in de nieuwe theologie, encyclopaedic en hermeneutiek benoemd

dr. G.C. Berkouwer, die daarbij predikant te Amsterdam bleef. Dat

mocht Hepp als een voorzichtige corrigerende maatregel opvatten.

Vollenhoven vond echter de verpüchting van Curatoren om zijn

verklaring te pubhceren, ergerlijk. Door de oorlog in mei 1940

kwam de uitgever op zijn voorstel terug om over te gaan tot het

uitgeven van een tweede druk van Het Calvinisme en de Reformatie

van de Wijsbegeerte. Curatoren wensten een pubUeke verklaring, ook

al was de oorlog er tussen gekomen. Toen op 10 en 11 juU 1940, in

bezet Nederland, te Utrecht de VU-dagen werden gehouden, kon

Vollenhoven niet nalaten aan Janse te schrijven: "s Morgens vond

'k het zielig, zooals Cur. er bij zaten. De handhavers werden met

geen woord genoemd of aangeduid zelfs!' Maar hij schreef ook:

'Men heeft m'n zwager en mij steeds vertrouwd, vreesde hoogstens

dat we wat ver gingen, wat onvoorzichtig waren enz. De

hoofdschuldigen zijn dan ook niet zij, maar de theologen, die

binnen 't college steun hebben aan Dr. v. Es. Wanneer U op m'n

art. in Pro Ecclesia mocht ingaan, dan zou 'k U raden: niet te veel

over Cur. en de verklaring.'

Janse kon in dat artikel in Pro Ecclesia over de verklaring van

Vollenhoven het beste het verschil van opvatting tussen Hepp en

250

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 256

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's