De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 335
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
van gereformeerde studenten aan de Rijksuniversiteiten te Leiden,
Utrecht, Groningen, aan de Technische Hogeschool te Delft, de
Handelshogeschool te Rotterdam en de Landbouwhogeschool te
Wageningen. De theologische faculteitsverenigingen aan de VU en
het studentencorps F.Q.I. te Kampen vroegen om de duidelijke
uitspraak van de synode, 'dat niemand verplicht is de leeruitspraken
te leren in het hcht van Toelichting en Prae-advies.'
Onder de op de synode ingekomen stukken was ook een missive
van dr. R.J. Dam, prof. H. Dooyeweerd, dr. M.B. van 't Veer en
prof. D.H.Th. Vollenhoven, door zevenhonderd anderen van hun
verklaring van adhesie voorzien. Zij hadden op 31 januari 1944 te
Utrecht vergaderd en vroegen de synode om een uitweg.
Als reactie op al deze ingekomen stukken besloot de synode
een uitvoerig schrijven aan alle kerken te zenden. De toezending
van de brief van Schilder aan de kerken werd daarin 'muiterij in
kerken' genoemd en een onderdeel van 'de kerk-ontbindende actie,
die thans helaas in ons midden is ingedrongen en steeds verder
dreigt voort te gaan.'
Daarmee was de weg gebaand voor schorsing en afzetting van
hem, bij wie ze terecht het actiecentrum vermoedde. Op dezelfde
dag, 25 februari, werd in besloten zitting uitgesproken dat prof. dr.
K. Schilder zich had schuldig gemaakt aan de in art. 80 K.O.
genoemde zonde van scheurmaking.
Dit artikel der Kerkenordening luidt:
Voorts onder de grove zonden, die waardig zijn met opschorting of
afistelling van den dienst gestraft te worden, zijn deze de voornaamste:
valsche leer of ketterij, openbare scheurmaking, openlijke blasphemie,
simonie, trouwelooze verlating zijns dienstes of indringing in eens
anderen dienst, meineedigheid, echtbreuk, hoererij, dieverij, geweld,
gewoonlijke dronkenschap, vechterij, vuil gewin, kortelijk, alle zonden
en grove feiten, die den bedrijver voor de wereld eerloos maken, en in
een ander gemeen lidmaat der Kerk der afsnijding waardig zouden
gerekend worden.
Aan Schilder werden vijf vragen gesteld, waarop hij met 'ja' of
'neen' moest antwoorden.
Geruchten waren er wel, maar de zaak was niet publiek
gemaakt, zodat Vollenhoven aan Schilder om gegevens vroeg over
de aan hem gezonden brief van de synode. Begin maart 1944
schreef Schilder hem over het rapport van Nauta aan de synode en
329
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's