Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 315
'ironische biografie'. De kritiek van tegenstanders kon hij best waarde-
ren, met name omdat hij daardoor zijn standpunt kon verdedigen en to-
nen wie hij was. Maar kritiek van medestanders werd doodgezwegen of
onderdrukt, als hij er niet luid over klaagde.
A.W.F. Idenburg, medewerker, vriend en opvolger van Kuyper, vond
hem als minister in het kabinet plooibaar en meegaand, juist in de dagen
dat hij naar buiten met een onverzettelijke wil optrad als de man van
de 'worgwetten'. Idenburg noemde hem teer in zijn meditaties en vaak
grof in zijn optreden. Zonen van enkele tegenstanders werden Kuypers
volgelingen en een aantal van zijn leerlingen hebben zich hevig tegen
hem gekeerd. Hij werd als democraat en ook als dictator verguisd en
verheerlijkt.
De binnenskamers plooibare Kuyper was buitengewoon eergevoelig als
de kritiek van medestanders zijn karakter of beginselen betrof. Dan was
hij de romantische ridder die zijn eer met alle middelen verdedigde. Dan
wist hij zijn gelijk te halen door scherpzinnige polemiek, verbaal ge-
weld, omkering van de bewijslast, beschuldigingen, emotionele pathos
en demagogische verontwaardiging. Hij was in die gevallen, waarin het
tevens om zijn leiderschap en macht ging, een groots toneelspeler zoals
geen ander in het tijdperk van het europese imperialisme.
Toen Kuyper ouder werd kon hij de leiding niet goed aan een volgende
generatie overdragen. Toen werd veel kritiek binnenskamers in eigen
kring geuit. In het boekje Gesprek over de onbekende Kuyper heeft G.
Puchinger tegenover N. Scheps veel van die kritische opmerkingen mee-
gedeeld. Ook in de door Puchinger en dr. J. de Bruijn uitgegeven Brief-
wisseling Kuyper-Idenburg vindt men, met name in de noten, vele en
diep insnijdende beoordelingen van Kuyper.
Aan minister De Waal Malefijt schreef Idenburg als Gouverneur Gene-
raal van Indië op 25 november 1911 over wat hij echt kuyperiaans
noemde: 'Berekend op effect, niet op het leven; schijnbaar hoogst prin-
cipieel - in werkelijkheid in strijd met zijn eigen doctrines'. 'Deze tirade
ontviel mij tot mijn spijt', schreef Idenburg er achter.
Een breder geformuleerd oordeel schreef Idenburg uit Indië aan zijn
vrouw in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog, 31 januari 1915:
'Maar vergeet niet dat aan schending van het recht beide partijen
(Duitsland en Engeland) zich schuldig maakten en vergeet ook
niet dat in den Bismarckschen geest iets satanisch ligt: een opzij
zetten van het recht voor de macht. De vloek van de Staatsrechts-
filosofie en Staatsvergoding, waartegen Groen zijn leven lang
streed. Groens kinderen wijken in dit opzicht wel eens ver van
Groen af. In Kuyper en Colijn is iets van Napoleon en van
309
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's