De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 354
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
mogen treden werd een jaar later gehonoreerd. Op 4 oktober 1946
werd ze tot het gezelschap der hooggeleerde heren en aankomend
hooggeleerde heren toegelaten. Pas op 25 maart 1949 werd ze tot
buitengewoon hoogleraar benoemd. Ze zette zich in als een gewoon
hoogleraar, en dat werd ze tenslotte ook in 1958, vier jaar voor
haar emeritaat.
De naoorlogse veranderingen hadden hun invloed natuurlijk ook
op de studenten. Maar zij moesten in de eerste plaats studeren om
de verloren studietijd in te halen en vervolgens hadden ze hun
eigen problemen. Hun wereldbeeld, nog begrensd door de strakke
gereformeerde zede, was door de oorlog diep geschokt. De
middelen waren zeer schaars en er was ook geld nodig voor hun
gezondheid, die extra zorg vroeg na de jaren van ontbering. Zo was
het bijvoorbeeld noodzakelijk dat een speciaal studenten-sanatorium
tot stand kwam. Naast de studie bleek tevens veel belangstelling
voor de bevrijde kunst. In december 1945 werd daarom SAUL
gesticht, de Societas Artis-amantium Universitatis Liberae. Om het
benodigde geld voor kunst en sport, dat Directeuren ter beschikking
wilden stellen, te beheren, werd toen COSCUVU opgericht, een
commissie voor 5port- en cwltuurleven aan de VU. Daardoor kon
een sportleraar worden aangesteld. Uit dit COSCUVU kwam, eerst
buiten de hoogleraren om, in 1947 de Civitas Academica voort met
een Civitasraad waarin allerlei geledingen en verenigingen van de
VU waren vertegenwoordigd.
Eind 1946 werd naast het Corps de V.V.S.V.U. opgericht, de
Vereniging van Vrouwelijke Studenten aan de VU. Op de eerste
vergadering sprak 'mejuffrouw' dr. G.H.J. van der Molen over
'Palestina en de Joden'. Een half jaar later werd zij als privaat
docente volkenrecht toegelaten, maar als ze als medewerkster van
de VU was getrouwd, dan had ze volgens de VU-regels haar
ontslag moeten nemen. Nog tot na 1960 gold die regel voor de
medewerksters van de VU. Door het tot stand komen van de
V.V.S.V.U. kwam er ook een vrouweUjke vertegenwoordiger in de
Civitasraad.
Van de ereleden van het Corps waren ds. T. Ferwerda en prof.
V.H. Rutgers in de oorlog omgekomen en prof. H.H. Kuyper was
gestorven. Prof. Vollenhoven, erelid sinds 1931, en prof. Waterink,
erelid sinds 1940, waren samen overgebleven. In 1946 werd prof.
Oranje erehd, maar hij stierf vroegtijdig op 6 april 1946. Nu bleek
prins Bemhard bereid als erelid op te treden. Op 2 juni 1947
348
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's