Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 166

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

tijdsorde', schreef hij toen nog. Hij had reeds de gevaarlijke, maar

veel voorkomende, misvatting afgewezen dat de tijd alleen in de

natuurwerkelijkheid is te vinden. Tijd was meer dan fysische tijd en

tijd kwam in aUe wetskringen voor. Naast deze in alle wetskringen

specifiek voorkomende tijd bestond er, volgens Dooyeweerd in

1928, 'geen neutrale, ongekwalificeerde tijd', maar sinds 1926 wel de

absolute tijd als de algemene tijdsstructuur.

Daarna stelde Dooyeweerd vanaf 1930 dat de kosmische

wetsorde in de kosmische tijdsorde besloten Ugt. In 1928 was de

wetsorde niet zelf een tijdsorde en in 1930 was de wetsorde wel in

de tijdsorde besloten.

Waar kwam deze verandering van inzicht vandaan en wat

betekende die nieuwe tijdsopvatting? Dooyeweerd verklaarde

zichzelf niet nader, maar ik ben ervan overtuigd dat dit nieuwe

inzicht ontstond door de bestudering van het boek Sein und Zeit

van M. Heidegger. Vanaf 1930 wijst Dooyeweerd het begrip

'eeuwige beginselen' van zijn Kuyperhuis-periode af, verwerpt hij

het substantie-beginsel resoluut, erkent hij de eindigheid van al het

geschapene en wordt de wetsorde als tijdsorde opgevat. En de

zijnswijze van alle zijn wordt zin genoemd.

Heidegger had in Sein und Zeit geleerd dat de zin van het

bestaan bepaald wordt door de tijdeUjkheid ervan. Zinvol leven is

leven met de dood voor ogen. De mens wil die realiteit niet onder

ogen zien en leeft daardoor oneigenUjk, in de schijnwereld van alle

dag. Het ware zijn is een 'Sein zum Tode'. Om het boek van

Heidegger, dat 437 bladzijden dik is, te typeren, citeer ik de

gecursiveerde uitspraak: 'Das eigentUche Sein zum Tode, das heiszt

die Endlichkeit der Zeithchkeit, ist der verborgene Grund der

Geschichtlichkeit des Daseins.' Tegenover de leer van de

onsterfelijke ziel staat hier het einde van alle bestaan in de tijd

centraal. De zin zit in de erkenning van de tijdelijkheid, van het

'Sein zum Tode'.

Dooyeweerd kwam door Heidegger tot het inzicht dat de

werkelijkheid geheel door de tijd, als een dieptelaag van de

schepping, omsloten wordt. Hij onderscheidde daarbij twee zijden

aan de werkehjkheid: een wetszijde en een subjectszijde. De tijd als

dieptelaag van beide zijden kent ook zelf die twee zijden. De

wetten, normen en structuren zijn alle tijdsstructuren. De tijd heeft

zelf een vaste, onveranderUjke structuur. Aan de subjectszijde van

160

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's