Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 85
koop van het amsterdamse huis, dat met name Groen en Hovy aan Kuy-
per hadden geschonken, zouden de extra kosten van het buitenlandse
verblijf betaald worden.
De eerste dag van mei moest Groen met koorts in bed blijven. Hij was
buitengewoon vermoeid. Zijn krachten namen af, hij sprak van zijn ge-
loofsvertrouwen, zijn geest doofde uit en hij stierf 19 mei 1876.
In die nacht droomde Kuyper, naar hij later verhaalde, van de hemel-
vaart van Groen. In 1885 zei hij in een A.R.-Deputatenvergadering: 'Ik
sliep op Simpelen, op den top van den Simplon, in dien eigen nacht van
den 20 Mei 1876, toen Groen stierf, en droomde, zonder van zijn dood
te weten, dat hij, door engelen van ons gedragen, in zaliger gewesten in-
ging.'
Die zomer was Kuyper te St. Morits en Sils-Maria in het dal Engadin,
Zwitserland. Vijf jaar later zou Nietzsche 's zomers in Sils-Maria en 's
winters in Nice verblijven, zoals Kuyper in 1876. In het hooggebergte
schreef Nietzsche zijn Zarathustra. Om tot rust te komen zocht Kuyper
het liefst de mensenmenigte in Londen op of de vergezichten op de ber-
gen van Zwitserland. In de stille hoge bergen ervoer hij intense rust, had
hij hemelse visioenen en ontwaakte een majesteitelijk godsbesef in hem.
Op overspanning en desoriëntatie volgde bij hem meer dan eens afzon-
dering, bezinning en dan een nieuwe veldtocht in het strijdperk van dit
leven.
Deze keer duurde de overspanning erg lang. Maar de contacten bleven
intussen bestaan. Mevrouw Groen beschreef op 18 juli de laatste 24 le-
vensdagen van haar echtgenoot voor haar 'geüefde vrienden' in Zwitser-
land. Met de heer Kruyt, directeur van De Standaard, werden de finan-
ciële zaken van Kuyper en van De Standaard te Sils-Maria geregeld. Het
gerucht dat Groen hem een miljoen gulden had nagelaten, bereikte hem
en bewerkte een begin van genezing.
In oktober woonde hij met zijn gezin in Nice. Aan Kappeyne van de
Coppello, een liberaal kamerlid en jurist, vroeg hij wat hij moest doen
om het kind, dat zijn vrouw sedert april verwachtte, de nederlandse na-
tionaliteit te geven. Aan mevrouw Groen vroeg hij of het kind, als het
een zoon werd, de voornaam van Groen mocht krijgen. En tevens of hij
zelf, als hij beter was, de bibliotheek van Groen mocht bekijken en na-
zien op diens aantekeningen.
'Geliefde Vriend', schreef mevrouw Groen op 24 oktober terug:
'mogt U een zoon geschonken worden, zoo gevoel ik geen naam ook U
meer dierbaar zal zijn. . . . Voorts is nog de groote Boekenkamer hier
boven, onveranderd. Mogt ik Uwe terugkomst beleven, dan heel gaar-
ne. De kleinste aanteekeningen, die ik overal vond, hebben eigen waarde
voor mij, — voor U, en allen die hij liefhad.'
81
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's