De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 183
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Schilder ging zeer uitvoerig in op zijn tegenstanders, maar hij het
hen ook zelf aan het woord. Daarin was hij opener en
democratischer dan H.H. Kuyper, die evenals zijn vader zijn
tegenstanders vaak niet letterlijk citeerde en hen niet aan het
woord liet. Toch verdedigde Schilder in 1927, in 1932 en weer in
1933 Grosheide en Aalders inzake het wereldbeeld, zonder W.J.A.
Schouten te citeren of op zijn stellingen in te gaan. In een brief van
25 januari 1932 schreef hij aan C. Veenhof: 'Heb je de artikelen
van W.A.J. Schouten op Hepp's Stone-lectures gelezen? Jammer,
dat die Schouten zooveel gegronde critiek leveren kan. Hepps
beweringen raken soms kant noch wal. Ik heb 't boek niet gelezen,
wil 't ook niet koopen. A/d Ref. het hij het niet zenden.'
Buiten en binnen de eigen kring maakte Schilder naam met zijn
trilogie over Christus in Zijn Lijden, een exegetisch, dogmatisch en
literair werk van grote allure, met diepe inzichten in het ambt en
het lijden van de Immanuel, de God-met-ons.
De kracht van Schilder en tegelijk zijn zwakheid was de verzelf-
standiging van de zaken, waarover hij schreef. Omdat hij die zaken
toch steeds in hun context en op existentiële wijze behandelde, kon
hij ze niet echt los van de personen maken. Tot zijn eigen
verwondering raakte hij telkens de personen, die hij bestreed. En
werd hij zelf bestreden, dan zocht hij daar vaak een persoonUjke
bedoeling achter.
Schilder meende dat hij polemiseerde over objectieve zaken
waarin verstandige Mohammedanen, Thomisten en Boeddhisten
hem gelijk zouden moeten geven. Wie hem dus niet bijviel, was dus
volgens die logica een verward denker (Ubbink), iemand van een
ander beginsel (Buskes, Noordmans), een subjectivist (Geelkerken),
een verkapte Nationaal-Sociahst (Van der Vaart Smit), een
kerkdiplomaat (H.H. Kuyper) of een collega, die de beginselen van
Abraham Kuyper niet kritisch doordacht, maar als gangbare mening
canoniseerde (Hepp). Schilder bracht nauweUjks de persoonlijkheid
van zijn tegenstander in rekening en voor de betekenis van traditie,
taalveld en wereldbeeld had hij weinig oog. Hij had wel degelijk
oog voor de persoon en zijn functioneren, maar hij wilde dat ia zijn
zakeUjk bedoelde polemiek buiten de discussie houden. Hij begreep
niet dat dat onmogehjk was en dat zijn logische reductie van een
volgens hem fout standpunt, geen recht deed aan de betreffende
persoon. In zijn strijd voor de confessioneel zuivere kerk en het
behoud van Kuypers erfenis deed de persoon er niet toe, meende
177
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's