Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 195

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 195

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

3 minuten leestijd

tussen 'ziel' als levensadem en 'ziele' als ons geestehjk wezen of ons

hogere IK te maken. Maar dat was toen niet doorgegaan.

Janse en Vollenhoven proefden in dat hogere IK iets van de

humanistische mens-vergoding, een synthese-element. Zij ontdekten

die synthese ook in de beschrijving die dr. J.H. Bavinck daarvan in

zijn Inleiding in de Zielkunde van 1926 gaf. Deze had tot ontzetting

van Janse geschreven:

Dat hoogere Ik, waarover wij nu spreken, is het dat in God leeft, zich

beweegt en is. Het rust als het ware in de handen van den Maker.

Daar liggen de grenzen van schepsel en Schepper, daar ligt het eindige

verankerd in het Oneindige. Wanneer dan ook dit Ik zichzelf klaar

bewust zou worden, zou het tegelijk zich bewust zijn van het bestaan

van God. Het zou God kennen als het wezen van zijn wezen. Maar het

Hoogere Ik wordt in het zelfbewustzijn slechts zeer gebrekkig

weerspiegeld. Het ik zooals wij het in het zelfbewustzijn kennen is

oneindig armer dan het Ik, zooals wij gelooven dat het is. Daarom

moeten wij ook altijd onderscheiden tusschen het Hoogere en het

lagere ik, het Ik (met een hoofdletter) en het ik (met een kleine

letter), het centrale Ik en het peripherische ik. Het eerste is de groote

drager, het organiseerend beginsel, het laatste is niet anders dan de

zwakke, onjuiste en gebrekkige weerspiegeling ervan die wij in de

practijk van ons leven in ons zelfbewustzijn vinden. Het centrale Ik is

het ook, dat in de wedergeboorte door den Geest Gods vernieuwd

wordt.

Paulus heeft deze gedachte treffend tot uitdrukking gebracht in deze

woorden: Ik dan (het hoogere, wedergeboren Ik) doe de zonde nu niet

meer, maar de zonde die in mij (ziel als complex van verschijnselen)

woont. Vanuit dat wedergeboren Ik als uit een kiem zal zich evenwel

het nieuwe leven, de nieuwe ziel, opbouwen, in dien dag wanneer alle

dingen zullen worden wat ze in wezen zijn en daarom ook moeten zijn

in hunne verschijning.

Dat Ik herinnert trouwens in meer dan één opzicht aan God. Het is

door veel volken aangezien ak een vonkje Gods. Dat is het wel niet,

want ook dat Ik is in de zonde gevangen, het wentelt in het geheel van

ons leven de verkeerde krachten omhoog. Maar wel is het het groote

en vaste punt in onze ziel. Van daaruit begint de werking naar boven,

het verlangen naar de bronnen des Lichts.

Dat Ik is ook de plaats waar de Geest Gods woont in dien die God

liefheeft.

Vanuit het centrum van ons wezen, daar waar de grenzen liggen van

schepsel en Maker, vanuit het diepste beginsel onzes levens groeit voor

het eerst de blijde zekerheid van het kind te wezen Gods.

Dat is het nieuwe leven, de weder-geboorte.

189

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 195

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's