De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 323
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
te zenden, waarin zij zich de facto conformeerden. Die verklaring
kwam niet, maar de zaak liep met een sisser af, omdat Greijdanus
en Schilder de benodigde regeUngen met de nieuwe hoogleraar
reeds hadden getroffen. Hun bezwaar gold niet zozeer de persoon
alswel het principe van het autoritaire optreden der synode, die
haar mandaat op onrechtmatige wijze continueerde.
Over de ingewikkelde theologische problematiek van de Toelich-
ting maak ik slechts twee opmerkingen.
Over de 'onsterfelijkheid der ziel' schreef de Toelichting: 'De
hoofdzaak is, dat ze aangaande de ziel datgene uitspreekt wat men
gewoon is met den naam "zelfstandigheid" of "substantialiteit" der
ziel uit te drukken.' Dat was dus precies het fijne puntje, waartegen
VoUenhoven had geopponeerd. De mens mocht immers volgens
hem zijn vertrouwen niet stellen op de zelfstandige, onsterfelijke,
wedergeboren ziel. A. Janse had dat zelfs een idool genoemd.
Over Janse merk ik hier terzijde op, dat hij evenmin als Hepp
nog meetelde. Janse, die één van de eersten was die tegen de leer
en persoon van Mussolini had gewaarschuwd, zag de bezetter als de
straffende hand van God, die men gelovig moest aanvaarden en
gehoorzamen. Hij was tegen het schoolverzet en accepteerde de
arbeidsdienst. Het gevolg was dat de vriendschap met VoUenhoven
snel bekoelde en dat Janse op 21 oktober 1944 in het bevrijde
Breda werd gearresteerd en gestraft.
Mijn tweede opmerking over de Toelichting betreft de leer van
het verbond, dus de relatie tussen God en mens.
Moet men het verbond in verband brengen met de verkiezing
en verwerping, de Calvinistische predestinatieleer, zodat het gaat
om het wedergeboren zijn, dan gaat men het verbond al spoedig
verdelen in twee delen. Die delen verhouden zich dan als twee
concentrische cirkels. Een uitwendig verbond, waartoe alle
gedoopten behoren en een inwendig verbond, dat in dat geval
alleen de wedergeboren mensen omvat. Dat is dus een inwendig
verbond in het uitwendige verbond, of de kerk-in-de-kerk-idee,
zoals we die al in zijn eerste periode bij Abraham Kuyper vonden.
De gedoopte kinderen zijn dan in ieder geval 'uitwendige' verbonds-
kinderen, maar ze worden alvast beschouwd en behandeld als
wedergeborenen of 'inwendige' verbondskinderen, totdat eventueel
uit hun leer en leven anders zou blijken.
In het andere geval is de verbondsrelatie tussen God en mens
een normatieve relatie, een relatie met beloften en eisen, met zegen
317
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's