Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 119

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 119

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Hier bood Janse uitkomst.

Hij was door het tweede huweUjk van zijn moeder

gereformeerd geworden. Hij was twee jaar ouder dan VoUenhoven

en vier jaar ouder dan Dooyeweerd. Hij was in 1890 geboren, in

hetzelfde jaar als Schilder en Waterink. Als jongen van veertien was

hij getroffen door het fijnzinnige boekje van prof. P. Biesterveld:

Het echt menschelijke, hoe het is gezocht en waar het is te vinden. En

in het verlengde daarvan las hij in 1922 het laatste boek van

Bavinck, Bijbebche en Religieuze Psychologie.

Op 1 november 1922, de dertigste verjaardag van

VoUenhoven, schreef Janse hem over zijn studie: 'Ik vond bij

Scheler een mooie opvatting van Geest als subject der "Akte" en bij

Driesch een mooie opvatting van bezield-Uchaam als een "Leib".'

Hij wilde tussen ziel en geest onderscheiden. Lichaam en ziel

behoorden bijeen. Ziel, vlees is in de Heihge Schrift immers altijd

van de aarde. En geest is van boven. Hij wilde iets schrijven over

de levende ziel en de levendmakende geest.

In zijn antwoord gaf VoUenhoven uitvoerig aan hoe hij op dat

ogenblik dacht.

Omdat het hier een scharnier in de ontwikkeling van de

wijsbegeerte der wetsidee betreft, geef ik brede citaten.

VoUenhoven schreef op 7 november:

De oplossing die Driesch-Scheler aan de hand doen schijnt me toch erger

dan de kwaal, dat we met een moeilijkheid zitten. Want Driesch is

Aristotelicus, Scheler na z'n Roomsch-worden ook Beiden vatten de

vermogens op als een soort van lagen boven elkaar, 't Eerst anima, dan

sensitiva, dan rationalis. Dat eerst is logisch bedoeld: 't tweede treft men

niet zonder 't Ie, en 't 3e niet zonder Ie en 2e aan. Daarin onderscheiden

ze zich gunstig van de evolutionisten die in dat "eerst" iets tijdelijk

indragen. Bergson b.v. acht 't instinct primair t.o. van 't intellect en

bedoelt daarmee tijdsorde èn waardeering.

Met die drie lagen van vegetatieve, sensitieve en rationale ziel,

kwam men volgens VoUenhoven in de moeite:

Ie De ziel is geen eenheid meer. Maar is huis met 3 ajzonderlijke

verdiepingen, beter nog: een kaartenkast met los op elkaar gezette

ladenrijen.

2e Eigenlijk alleen 't rationeele is onsterflijk de onsterflijkheid der ziel als

geheel valt

115

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 119

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's