Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 173

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 173

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

verduidehjken. Het was de vraag of Vollenhoven begreep waar het

bij hem aan ontbrak. Zoals Berkouwer later in gesprekken ervan

uitging dat je de laatste theologische publikaties had gelezen, zo

ging Vollenhoven in zijn gesprekken ervan uit dat je zijn filosofische

gedachtengang kon volgen en zijn vondsten in de geschiedenis van

de wijsbegeerte meteen kon thuisbrengen.

Toen de vacature-Geesink ontstond, was Vollenhoven de

aangewezen opvolger, maar ook dr. J.H. Bavinck, neef van H.

Bavinck, had zich inzake de psychologie gemeld met een Inleiding in

de Zielkunde. Vollenhoven werd mee op aanbeveling van

Dooyeweerd, die Colijn beslist aan de VU wilde verbinden,

benoemd, al kwam hij reeds om eigen prestaties voor de leerstoel

filosofie-psychologie in aanmerking. Hij was bij Geesink gepromo-

veerd, had een beurs gekregen om colleges psychologie in Duitsland

te volgen en was de enige die een goed proefschrift over de

filosofie van de wiskunde had geschreven.

Inzake de psychologie had J.H. Bavinck geschreven over de

opbouw van de ziel en 'de architectuur van het menschelijk

zieleleven.' Prof. Waterink, die pedagogie doceerde, hield in 1928

een lezing voor de Gereformeerde Psychologische Studievereeniging

getiteld: 'Iets over den oorsprong der ziel.' De ziel behoorde toen

nog geheel tot het domein van de theologen, die inmenging van de

filosofen niet nodig oordeelden. De nieuwe inzichten van Janse en

Vollenhoven moesten dus wel leiden tot tegenstellingen in de

gereformeerde wereld.

Om de studenten tegemoet te komen, besloot Vollenhoven in

1928 zijn dictaat algemene inleiding in de wijsbegeerte zelf uit te

werken en beschikbaar te stellen. In oktober 1930 kwam dit getypte

dictaat gereed. Vollenhoven stuurde een exemplaar aan Janse en

schreef hem op 4 november 1930: "k Vrees vooral dat de stud,

moeite zullen krijgen met de quaestie van lichaam en ziel in den

Catechismus. En als men op uitwerping aanstuurt is weer alles een

kerkelijke quaestie geworden, wat het niet zijn mag... Hoekstra wil

aanvallen, gelijk hij tot een zijner studenten zei.'

Intussen moest Vollenhoven op 9 november 1929 voor de

Gereformeerde Psychologische Studievereeniging een lezing houden

over De eerste vragen der psychologe. Die rede werd in februari

1930 gedrukt, maar kwam niet in de handel. De auteur stelde een

exemplaar slechts op naam persoonhjk ter beschikking. Immers bij

hem was de ziel uit de psychologie verdwenen. Psychologie was de

167

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 173

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's