Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 205

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 205

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

In maart 1934 preekte Schilder te Middelburg over het 7e gebod:

Gij 2ailt niet echtbreken. Janse schreef daarover:

't Huwelijk Adam-Eva was ambtsuitoefening. Nu: menschen van de

wereld, 'goed getrouwd', kunnen toch niets anders doen in 't huwelijk dan

onkuisheid, die van God vervloekt is. Dat was de conclusie, waarvan ik

schrok Er was iets vreeselijks, iets onbarmhartigs in. 't Was ook alsof 't

huwelijksleven van 'bekeerden' wél absolute heiligheid = ambtsoefening

kon zijn. M.i. ambtsoverschatting bij huwelijk, ambtsconstructie;

onbarmhartigheid over de onbekeerden en vleeschelijke hoogmoed van

'bekeerden'.

VoUenhoven was het met Schilders ambtsopvatting ook niet eens.

Vollenhoven maakte een onderscheid tussen een religieus en een

functioneel ambt. Het huwelijk en ook de staat kent functionele

ambten. 'Daarom kan men buiten den Christus zijn en dus het

christen-ambt niet bezitten, en toch ambtsdrager zijn binnen een

functioneel verband', schreef hij. Schilder onderscheidde niet tussen

organisme en instituut, hart en functie, en daardoor kwam hij tot

dezelfde moeilijkheden als Augustinus en Wyclif.

Op 29 juni 1934 schreef VoUenhoven dat Schilder voor de

eerste maal particulier toenadering zocht. Dat was dus kort na de

aanvallen van Waterink op Vollenhoven en tijdens het conflict

Schilder-Waterink inzake de Calvinistenbond en de redactie van De

Reformatie. Maar Schilder was nog geen bondgenoot. De voor mij,

schreef VoUenhoven, 'zie tenminste groote bezwaren: het eindeloos

polemiseren en dat vaak over kleinigheden, het telkens weer

oprakelen van de doctoraats quaestie enz., z'n onrust - hij zou een

talentvol maar allerminst tactische verdediger zijn (- en aanvaller!) -

, maar een die de zaak vlgs. de V.U. geen goed zou doen.'

Daarop volgde het C.S.B.-congres 1934. Janse gaf zijn impressies

weer in een brief van 8 september 1934:

't Hoogtepunt was de ontmoeting van Schilder met dezen Congreskring, 't

Was vreemd, ik kan haast niet zeggen ontmoeting van de prof. S. en V. en

D. - ook niet van den geest Kampen-Amsterdam. Want een groot deel

van 't Congrespubliek staat zoo onder het stempel van de reformatie,

dat U en Prof. D. slechts heel weinig behoefden te zeggen terwijl toch

iedereen 't gevoel had,- hier ontmoeten Prof. S. en de reformatie

elkander en hoe ver is S. ons genaderd. Ik voelde aldoor een antagonisme

tusschen a. zijn absolute logische consequenties en b. zijn practische

eenvoudige Schriftuurlijke beschouwingen over de practijk.

199

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 205

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's