Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 61
Elberfeld om raad. Terwijl Kuyper de politicus Groen volgde, overlegde
hij met Kohlbrugge, die hij theologisch erg waardeerde.
Kohlbrugge was uit de Lutherse Kerk te Amsterdam afkomstig. Hij
studeerde en promoveerde te Utrecht, maar werd als predikant door de
Hervormde Kerk geweigerd. Hij ging niet mee met de Afscheiding,
maar als predikant van een zelfstandige gereformeerde gemeente in
Duitsland werd hij in Bohemen, Oostenrijk, Duitsland en Nederland be-
kend. Zijn belangstelling voor Laski had Kohlbrugge in contact met
Kuyper gebracht, en deze had hem al eens in Utrecht gesproken bij de
rijke bankier F.H. Kol.
Kuyper logeerde nu van een zaterdag tot de volgende maandag bij
Kohlbrugge. Hij had een gift van fl.1500,- of tenminste fl.lOOO,- nodig,
om te kunnen verhuizen en zich te Amsterdam in te richten, vertelde hij
aan Kohlbrugge. Ook stelde hij de geestelijke steun van Kohlbrugge bij
zijn verder reikende plannen op prijs.
Deze schreef zijn schoonzoon, prof. dr. E. Böhl te Wenen, dat hij
Kuyper verstandig en nuttig vond voor de uiterlijke kerkhervorming,
maar 'von dem Geheimnis das Gott seine Kinder lasst wissen, hat er
schwerlich Begriff.'
Een piëtistische mystiek verbond hen, maar Kuyper was slechts ten
dele een mysticus. Kohlbrugge was voor Kuyper op zijn hoede en vrees-
de te veel activisme.
Het jaar 1870 begon voor Kuyper met de lancering van de idee van
een vrije universiteit in De Heraut, gevolgd door het beroep naar Am-
sterdam en zijn vertrek uit Utrecht. Bij zijn afscheid zou hij tegen het
conservatisme waarschuwen. Dat was een eerste begin van verwijdering
tussen Kuyper en de contra-revolutionaire richting van Kol en ook van
Kohlbrugge.
In de europese geschiedenis werd 1870 een bewogen jaar.
Herman Schaepman, de latere coalitiegenoot van Kuyper en leider
van de rooms-kathoheke kamerleden, bevond zich in dat jaar te Rome.
Hij promoveerde daar en was er als journalist werkzaam. Ook assisteer-
de hij de nederlandse bisschoppen. Deze kerkvorsten van Utrecht,
Haarlem, 's-Hertogenbosch, Breda en Roermond namen deel aan het
eerste Vaticaans concilie. Na de plechtige verklaring van de onfeilbaar-
heid van de Paus, op 18 juli 1870, werd het concilie abrupt afgebroken.
De volgende dag verklaarde namelijk de franse keizer Napoleon III de
oorlog aan Pruisen en begon de Frans-Duitse oorlog van 1870.
Als statenbond ging Duitsland de oorlog in en als een nieuw keizerrijk
werd de overwinning gevierd. Nadat Napoleon III zich te Sedan per-
soonlijk aan Bismarck kwam overgeven, rukten de Duitsers op naar Pa-
57
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's